Into The Great Wide Open 2014: dag 3

Het kan haast niet anders dan dat iedereen op deze laatste Into The Great Wide Open-dag reikhalzend uitkijkt naar afsluiter Typhoon, die na zeven jaar eindelijk met een nieuwe plaat is gekomen en al wervelende en alom geprezen shows op onder meer Lowlands gaf. Maar er is meer. Want hoewel de line-up vandaag wellicht het minst tot de verbeelding spreekt, blijken er toch heel wat pareltjes voorbij te komen. Wat te denken van Mulatu Astatke bijvoorbeeld, die toch wel als grondlegger van de Ethio-jazz beschouwd mag worden. Een uurtje naar deze grootmeester luisteren maakt onder meer kristalhelder waar een Jungle By Night de mosterd vandaan haalt; alleen al qua culturele verrijking is Astatke met zijn fenomenale band de moeite waard. Hij tourt sinds kort met een nieuwe plaat, Sketches of Ethiopia op zak en daarmee doet hij begin oktober ook Paradiso en Doornroosje aan – samen met de zojuist genoemde Amsterdamse groep twintigers. Wat betreft zijn optreden hier op Vlieland: met een sluimerende kater die zich meester tracht te maken van je lichaam en hoofd, is de Ethiopiër niet bepaald de meest wenselijke kost, maar anderzijds is het zo boeiend wat hij hier neer zet dat het toch je aandacht op blijft slokken. We verlangen gelijk naar Jim Jarmusch’ film Broken Flowers, waarin de muziek van Astatke ook een wezenlijke rol speelde.

Mulatu Astatke

Mulatu Astatke

In alle luiheid blijven we op Sportveld – waar het het hele weekend al uitstekend toeven is rondom de wijnbar, met een Sangria-reuzenrad ernaast – waar even later Nick Mulvey aantreedt. Niet bepaald een doorsnee singer/songwriter, eerder een spiritueel figuur die zijn nummers niet uitzonderlijk schrijft onder invloed van sterke, psychedelische drugs. ‘The World To Me’ bijvoorbeeld, waarin hij regelmatig ‘Ibogaine’ exclameert. Een drug die op zijn zachtst gezegd therapeutisch werkt en enkel groeit in West-Afrika, zo vertelde hij onlangs in een interview. Mulvey opereerde als percussionist in de Britse jazzband Portico Quartet, maar blijkt vanmiddag eens te meer vooral een uitstekend gitarist, die dankzij zijn dito debuut (First Mind) voldoende materiaal heeft om een festivalset als dit mee te vullen. Hoogtepuntje is, naast radiohit ‘Cucurucu’ die zich direct in je gehoor nestelt, het stukken spannendere ‘Juramidam’, dat een hele fraaie opbouw kent en waarbij Mulvey’s gitaarkwaliteiten heel mooi aan het licht komen. Precies wat we na de educatieve edoch zware show van Mulatu Astatke nodig hadden.

Nick Mulvey

Nick Mulvey

Daarna fietsen we voor de laatste keer deze editie over het zandpaadje door de duinen – god, wat is het toch verschrikkelijk mooi hier – richting de Fortweg, waar we onvervalste countryheld Daniel Romano aan het werk kunnen zien. De snor waarmee hij enkele van zijn platenhoezen siert, is verdwenen, maar dat doet natuurlijk niets af aan de kwaliteiten van het werk dat Romano ons voor schotelt en al helemaal niet aan de ijzersterke band die hij om zich heen heeft verzameld. Die bassiste met zonnebril, halflang blond en ietwat onverzorgd haar en truckerspet past zo goed bij deze muziek dat het haast te goed is om waar te zijn. Dat is het natuurlijk ook, wat Romano en zijn band hier opvoeren is een grote act. Maar het is wel een hele goede act, met zorgvuldig uitgevoerde liedjes, die door goede beroering van de pedal steel guitar (‘the sad machine’) nooit tegenvallen. Wat ook het vermelden waard is, is de cover van The Ramones’ ‘Swallow My Pride’, waarvoor ze speciaal nog even terug op het podium komen. Even gejaagd gespeeld als we van het origineel gewend zijn, maar op een hele knappe manier toch geheel eigen gemaakt. Aan het luide applaus en gejuich na afloop van die fraaie cover te horen, kan het haast niet anders dan dat Daniel Romano er hier heel wat fans bij krijgt. Country is weer helemaal hip.

Unknown Mortal Orchestra

Unknown Mortal Orchestra

Wanneer uw verslaggever verteld was dat Unknown Mortal Orchestra’s tweede album II al bijna twee jaar oud is, dan had hij u eens glazig aangekeken. Blijkbaar touren de mannen nog steeds met het album rond en geef ze eens ongelijk, met een plaat die zo goed ontvangen werd. Ze hebben een beetje een lastig slot, zo vlak voor afsluiter Typhoon en ook nog eens een duur die eigenlijk net iets te kort is om in die psychedelische sixties-vibe te geraken. Dat gebeurt dan ook maar amper en de aandacht van het publiek is nu niet bepaald enorm te noemen. Een rondje over het veld leert dat men meer de gelegenheid aangrijpt om bij te komen, bij te praten of de innerlijke mens te verwennen met spijs en drank dan dat ze aandachtig bij ‘een of ander bandje’ gaan kijken. Neemt niet weg dat UMO bar weinig fout doet; bovendien lijken ze er amper mee te zitten dat de aandacht zo minimaal is, getuige het schijt hebben aan pleasen door ‘Swim and Sleep (Like A Shark)’ niet te spelen. Als je er zin in hebt en het daadwerkelijk wilt, deze set begrijpen, dan zit je behoorlijk gebakken. Maar na drie dagen festival is dat niet meer voor veel mensen weggelegd.

Typhoon

Typhoon

Dezelfde mensen zijn er een uurtje later als de kippen bij als Typhoon op het punt staat om te beginnen en het Sportveld zich volledig rond het podium genesteld heeft om de Zwollenaar aan het werk te zien. Lobi Da Basi liet zeven jaar op zich wachten, is pas een maand of drie uit en nu al is in feite alles al over de beste man gezegd. De superlatieven staan zowat voor elkaar in de rij om uitgesproken te kunnen worden, maar je gelooft de immense hype natuurlijk pas las je het zelf gezien hebt. En ja, we kunnen van alles over deze afsluitende show van Typhoon zeggen, maar niet dat er te rijkelijk gestrooid is met lovende woorden. Want wat hij hier neerzet, is niets minder dan buitencategorie. Hij is een prediker van liefde, maar op een hele andere, veel minder dwingende manier dan dat bijvoorbeeld Charles Bradley dat een kleine 24 uur eerder op hetzelfde podium was. De ‘Fakkelbrigadier’ raakt soms zelfs verstrikt in hetgeen dat hij wilt prediken, maar dat deert absoluut niet. Met ‘Hemel Valt’ ontroert hij, met ‘Ijswater’ heeft hij stiekem gewoon hét festivalanthem van 2014 in petto en tijdens ‘Liefde’ zorgt hij onbewust voor een van de meest hartverwarmende momenten van deze editie van Into The Great Wide Open. Tijdens het nummer komt er een vrouw van ver achterin het publiek op een soort plank over de hoofden naar voren, steeds verder en verder, totdat ze vrijwel op ooghoogte met de rapper staat. Ze blaast hem een handkus toe, waarna hij even later richting de barriers springt om haar te omhelzen. Liefde is de baas en Typhoon misschien nog wel meer.