Opeth – Pale Communion

Opeth Pale Communion(Album- Roadrunner) Vijfenvijftig minuten duurt’ie: Pale Communion, de nieuwe plaat van Opeth. Het elfde studioalbum is het logische vervolg op voorganger Heritage en of dat nou wel zo’n goed idee is, dat moet echter nog blijken. Want ja, Heritage, dat was de jaren zeventig progrockplaat van een deathmetalband? Ja en nee, want Opeth simpelweg deathmetal noemen is toch op z’n minst not done: over de jaren waren er flink wat meer progressieve invloeden te horen in de metal van de Zweedse heren.

Goed, je kan blijven strooien met genres en hokjes (en tevens een tergend saaie theorie opperen dat Opeth van progressieve deathmetal via progressieve metal naar progrock is gegroeid), maar feit is dat Heritage de Opeth-fanbase in twee kampen heeft opgedeeld: de fans van de ‘nieuwe Opeth’ en de fans van de ‘oude Opeth’. Pale Communion doet dit echter definitief.

Verwacht dus ook op dit album geen deathmetal growls, diepe drums, zware baspartijen en intense gitaarlijnen. Nee, niets dan dat. Maar, anders dan zijn voorganger valt er wél iets positiefs te zeggen over dit album. Pale Communion begint namelijk redelijk sterk met ‘Eternal Rains Will Come’ en in iets mindere mate ‘Cusps of Eternity’. Vooral het drumgeluid en de prettige, harmonieuze vocalen in het eerste nummer en de gitaarpartijen (en prima solo!) in het tweede nummer zijn aangenaam.

Er is echter iets vreemds aan dit album, zeker als je in acht neemt dat Opeth niet alleen vaak zijn tijd ver vooruit was, maar ook maar bleef vernieuwen. De band, steevast onder de bezielende leiding van vocalist Mikael Åkerfeldt, combineerde in het verleden deathmetal met onder meer stonerrock, progrock, soundscapes, avantgarde, folkrock en nog heel veel meer. Juist het combineren van zoveel verschillende elementen droeg bij aan het succes van Opeth, omdat de heren het perfect doseerden. Op Pale Communion is niets vernieuwend. Helemaal niets, geen moment, geen seconde.

Het was allemaal nog koek en ei tot Åkerfeldt progrock ontdekte en met name de in de jaren zeventig uitgebrachte progrock. Steeds meer en meer ging Opeth die kant op, met Heritage als dieptepunt. Dit nieuwe album is gelukkig sterker, mede door de warme productie en iets meer dreiging in de sound. Toch is Pale Communion geen topplaat. Natuurlijk, het zijn stuk voor stuk topmuzikanten en het zit niet eens verkeerd in elkaar, maar dit elfde studioalbum is zo emotieloos.

Na het sterke begin gaat het allemaal heuvelafwaarts. ‘Moon Above, Sun Below’ en ‘Elysian Woes’ zijn tergend saai en werken vocaal op de zenuwen. Het instrumentale ‘Goblin’ klinkt niet verkeerd, net als ‘River’ (met prima solo’s!), maar het geheel gaat gewoon nergens heen. Natuurlijk, het vakmanschap van Åkerfeldt staat buiten kijf en idem dito voor de kwaliteiten van de rest van de band. Maar de urgentie lijkt te ontbreken. ‘Voice Of Reason’ kent nog de sfeer, de dreiging van voorheen en is dan ook het sterkste nummer van de plaat.

Pale Communion excelleert nergens, Opeth kleurt namelijk geen seconde buiten de lijntjes. De vocalen van Åkerfeldt zijn veel van hetzelfde en gaan zelfs op de zenuwen werken. Niet alles is negatief, want ‘Eternal Rains Will Come’ en ‘Voice Of Reason’ zijn prima tracks, hier zit nog iets van de intensiteit van voorheen in. Maar helaas houdt het hier eigenlijk op. Deze recensie begon met de speelduur van Pale Communion: bijna een uur. In die tijd kun je ook iets beters doen. Opeth-klassieker Deliverance opzetten bijvoorbeeld.