London Calling 2014 #2: Dag 1

Door Dave Coenen en Remco Brinkhuis 3 november 2014 Reacties staat uit voor London Calling 2014 #2: Dag 1

Waar de vorige editie van London Calling (afgelopen mei) gesierd werd door een line-up die gevuld was met nieuwe acts die met een rotvaart doorbraken en pas om de hoek kwamen kijken (Jungle, Royal Blood), heeft London Calling deze eindejaarseditie wat meer gevestigde headliners op de line-up staan. Zo is Spoon, een band die al 21 jaar actief is, de headiner op zaterdag, staat Sebadoh, een band die al in 1986 is opgericht, op dezelfde dag te rocken en boekt London Calling The Bohicas, die op de vorige editie in mei ook al speelden. Ruimte voor nieuwkomers is er ook: voor veel bands is London Calling hun eerste optreden in Amsterdam of zelfs Nederland.

Wild Smiles

Zo opent London Calling op de vrijdag met Wild Smiles, een rammelbandje uit Winchester rondom Chris Peden, die de band vormde in 2012 nadat zowel zijn oude band als zijn relatie stukging (toeval?). Met het deze week verschenen debuutalbum Always Tomorrow op zak spelen de mannen van Wild Smiles een rauwe en energieke openingsset voor een amper gevulde bovenzaal. Simpele Ramones-achtige punkpop met af en toe een vleugje Beach Boys krijgt het weinige publiek in de kleine zaal toch een beetje mee. De eerste nummers in de set (‘Fool For You’, ‘Never Wanted This’ en ‘Girlfriend’) blijven goed hangen, met name laatstgenoemde. De songs van Wild Smiles bevatten de dalen waarin Peden jaren geleden zat, maar klinken optimistisch over de toekomst. Wild Smiles werkt hard en nu is het hopen dat dat harde werk wordt beloond. Een plek als opener voor Ty Segall, drie dagen later in hetzelfde gebouw, was niet eens zo verkeerd geweest.

Niet lang hierna begint Gap Dream, het project van Gabe Fulvimar, die ooit nog eens het derde wiel aan de wagen van The Black Keys was. Het publiek verbaast zich erover dat deze man alleen op het podium staat. Het lijkt allemaal qua uitstraling en klank verdacht veel op een wat suffere versie van het Fransman-die-op-Jezus-lijkt-project Breakbot. Gedurfd is het zeker, in een hoekje van het podium je beats en keys spelen en het publiek wat opzwepen, maar of het geslaagd is is een tweede. De dromerige synths en zweverige gitaren van ‘Shine Your Light’ zijn niet verkeerd, maar komen niet over. Het publiek danst wel, maar nét niet genoeg.

Wild Child

In de grote benedenzaal van Paradiso mag Wild Child (niet te verwarren met bovengenoemde Wild Smiles) openen. Wild Child komt net als grote headliner Spoon uit Texas en brengt een lading folkpop mee: denk aan de zang van Of Monsters & Men op de muziek van The Lumineers. Deze Amerikanen werden in een klap bekend doordat hitje ‘Pillow Talk’ uitstekend werd opgepakt door HypeMachine en plukken daar nu de vruchten van. De band oogt relaxed en er is duidelijk plezier van de gezichten van de bandleden af te lezen. De liedjes beginnen bij uiterst zoetsappig en stijgen wat in kwaliteit als de set vordert, maar nergens wordt het echt boeiend. Het helpt niet dat de zang op het balkon slecht te verstaan is en zangeres Kelsey Wilson zo nu en dan een noot niet haalt of er behoorlijk naast zit. Leuk voor de jongste bezoekers van vanavond, maar geen uitstekend optreden.

Jezelf vernoemen naar een Pokémon en dan nog geloofwaardig klinken: Gengahr flikt het. De mannen uit North Dakota deden het eerder al niet slecht op Into The Great Wide Open en zelfs Glastonbury en staan nu, met een paar demo’s en singles op zak de kortste set van vanavond te spelen voor een goedgevulde kleine zaal. Gengahr heeft een originele sound die het beste is te omschrijven als een kruising tussen de muzikale sfeer van Unknown Mortal Orchestra gemengd met de dromerige hoge zang van Glass Animals. Waar Glass Animals live nog wel eens wat punten laat liggen qua vocals, doet Gengahr het goed: zowel vocaal als instrumentaal speelt Gengahr uitstekend. Het nummer dat met kop en schouders boven de rest uitsteekt is ‘Fill My Gums With Blood’, een demo die deze week op geheimzinnige wijze van Spotify verdween. Gengahr heeft niet alleen de kortste, maar ook de beste set van de avond afgeleverd: waar Wild Child moeite had met boeien, doet Gengahr op de bovenverdieping juist het tegenovergestelde: “NO!” roept het publiek in koor als Gengahr na dikke 20 minuten alweer het laatste nummer inzet. Het beste en kortste optreden van de avond staat op naam van Gengahr. Met een goed debuut ligt een doorbraak in het verschiet.

Bad Breeding

De hardste band van vanavond is overduidelijk Bad Breeding, een hardcore-punktrio uit Stevenage (UK). Bij dit allereerste optreden van Bad Breeding buiten Engeland wordt een hele grote dosis onverschilligheid en agressie  op de zaal afgevuurd. De sound: Black Flag gekruisd met een agressievere Britse versie van Fucked Up. Het maakt Bad Breeding vanavond overduidelijk allemaal geen moer uit: t-shirts gaan uit, bandleden botsen tegen elkaar op en gaan op elkaar staan. Nihilisme spant de kroon bij Bad Breeding: de teksten over leven in een dorp waar precies niets te beleven is (“Age of Nothing”), tot op heden is er geen enkel interview met Bad Breeding te vinden en niemand in de band heeft tot nu toe zijn naam bekend gemaakt. Dat is misschien maar beter ook: de zanger knoopt de microfoonkabel na 3 nummers strak om zijn nek, en springt, overduidelijk straalbezopen, de moshpit in. Een andere conclusie dan dat Bad Breeding haar werk goed heeft gedaan en de zaal (gevuld met liefhebbers van de hardere genres) heeft platgespeeld, is er niet. Bad Breeding onderscheidt zich van de rest en waarschijnlijk (mocht er niets mis gaan met microfoonkabels en drogerende middelen) zullen we deze band nog gaan terugzien.

Bohicas

De ene groep kiest voor een Pokémon als bandnaam, de andere groep besluit lollig te doen met afkortingen. Ja, deze band heet echt voluit The “Bend Over Here It Comes Again”-s. The Bohicas, dit jaar de “huisband” van London Calling en onlangs getekend bij het beroemde Domino Records door een goede scout van Alex “Franz Ferdinand” Kaparnos, speelt in de grote zaal een lading rock ’n roll. Het is een gladde, strakke en hoog testosteron-gehalte bevattende set (kijk die Kings of Leon-jasjes!), maar geen boeiende. De opbouw van de nummers klinkt vaak als een Franz Ferdinand-formule met een hardere riff, en ja, aan één Franz Ferdinand heeft het publiek wel genoeg. De set van The Bohicas is in orde maar niet meer dan dat.

Tekst: Dave Coenen

Fotografie: Remco Brinkhuis

 

Je kunt geen reactie achterlaten.