London Calling 2014 #2: Dag 2

Door Remco Brinkhuis en Dave Coenen 4 november 2014 2

Na een eerste dag die vooral in het teken stond van de nieuwkomers, zijn het vandaag de ervaren acts die zegevieren op de line-up: het publiek in Paradiso heeft op deze tweede London Calling-dag een hoger leeftijdsgemiddelde dan op dag 1: niet gek als er fans tussen zitten van Sebadoh (anno 1986) en Spoon (anno 1993). In de hal en de trappenhuizen zijn dat dan ook de meestbesproken acts van de avond. Eerstgenoemde heeft een ietwat vreemde festivalreputatie en laatstgenoemde heeft al vier jaar niet meer in Nederland opgetreden. Gaan Sebadoh en Spoon spetterende shows geven? En zit er noemenswaardig nieuw bloed tussen de talloze optredens?

Coves
Coves zorgt in ieder geval al voor een sterke performance. De vierkoppige psychedelische garagepopband rondom zangeres Rebekah Wood en gitarist John Ridgard, spontaan opgericht na een avond stappen, timmert al een tijdje gedreven aan de weg. Debuutplaat ‘Soft Friday’ kwam eerder dit jaar uit en bevat enkele kwaliteitssongs (‘Wake Up’, ‘Beatings’) die vanavond ook gespeeld worden. Wood zingt de vocals met enorme overtuiging en lijkt behoorlijk bewust van haar stage-appearance. Of er echt nummers uitspringen die het gaan maken in de alternatieve popwereld, klinkt na een eerste luisterbeurt nog een beetje onzeker. Dat Coves een gepassioneerde en getalenteerde band is met redelijk wat potentie is na dit optreden in ieder geval wel duidelijk.

Geen idee of het komt door de bandnaam, maar de wegdroommuziek van Racing Glaciers doet aan Scandinavische landschappen denken, terwijl deze vijf getalenteerde muzikanten toch echt uit Macclesfield, UK komen. Doordachte, gelaagde (wat anders met 4 gitaren?) rocknummers worden afgewisseld door piano-gedreven downtempo nummers met popinvloeden, waardoor de instrumentale intro’s lijken op een recente U2. Met ‘First Light’ hebben de heren in ieder geval al een prima knaller op zak. Na afloop van de set is niet anders te concluderen dat Racing Glaciers een verrassend goed optreden uit een onverwachte hoek heeft gegeven. Als deze band in de rest van Europa wordt onthaald als hier door het London Calling-publiek gebeurt, gaat het helemaal goedkomen.

Sebadoh

Het eerste optreden in de grote zaal wordt vanavond verzorgd door Sebadoh, de “oudste” band van de avond. Lo-fi muziek uit Amerika, met Lou Barlow, eerder bassist van Dinosaur, Jr., op vocals. Tenminste in het begin van de set, want bassist Jason Loewenstein mag na een tijdje de vocals overnemen. Waar Sebadoh op plaat rauw en soms zelfs subtiel kan klinken, wordt er nu maar slordig wat afgeraffeld. Enkele complimenten kunnen wel nog gemaakt worden in de richting van drummer Bob d’Amico, die strak drumt en ongeveer iedere keer dat hij met zijn stokken een onderdeel van zijn instrument aanraakt simultaan het woordje “pam” lipsynct. Uit zijn mond komt dan ook de enige energie van de hele band vanavond. Zowel Barlow als Loewenstein kijken nauwelijks op van de grond, er wordt (niet geheel netjes) binnen de lijntjes gekleurd en nummers volgen elkaar in hoog tempo op. Er zit geen enkel gevoel in een aantal nummers, vooral de zang is louter gebrabbel gedurende minstens de halve set. Een ander groot minpunt is dat er tussen de nummers door veel technisch geklungel plaatsvindt door de bandleden zelf, met wisselingen van podiumplaatsen en ongemakkelijke stiltes inbegrepen. Om de set nog verder de nek om te draaien wordt er door Barlow aan het einde van de set ook nog even geroepen dat de band slecht is in festivalshows, of dat dat misschien niet eens aan de band ligt. Jammer.

We vangen ondertussen nog een glimp op van The Mispers, een indiefolkbandje dat amper een jaar bestaat en nu al succes boekt in een volle grote zaal. Met als specialiteit een vioolmelodietje op vrijwel ieder nummer, gespeeld door het enige vrouwelijke bandlid. Wat betreft uiterlijk, enthousiasme en songs heeft deze band een ideale formule om door te breken en de act te worden waar half Lowlands 2015 nog over gaat napraten. Het vrouwelijke publiek vooraan is in ieder geval laaiend enthousiast na ‘Brother’.

Fever The Ghost

Fever The Ghost, by far de raarste band op de line-up, begint niet lang daarna aan een behoorlijk psychedelische en schizofrene set in de kleine zaal. Begrijpelijk waarom er al behoorlijk wat gepraat wordt over deze band in Los Angeles, want het is onmogelijk geen mening over deze jonge jongens te hebben: de zanger komt in een vreemd gewaad het podium op en moet zonder gewaad op een kermis oppassen niet te worden aangezien voor een blauwe suikerspin. Maar goed, het draait om de muziek vanavond en die is… net zo vreemd als de jongens zelf. Ergens horen we duidelijke MGMT-invloeden, vooral bij de intro die een reproductie van het MGMT-nummer ‘Congratulations’ lijkt, maar Fever The Ghost is veelzijdiger dan dat.  Waar MGMT al gauw te pretentieus wordt houdt Fever The Ghost zich na psychedelische intro’s en jamsessies tussendoor vooral bij dansbare groovy vierkwartsmaten. Tevens gaan vele ogen naar de extreem fanatieke toetsenist, die heftig meebeweegt en popelt om de NES-geluidjes ritmisch uit zijn pads op het publiek af te vuren. Fever The Ghost moet toch oppassen niet te raar te willen zijn. Door de gekleurde cape met kap voor het gezicht is de zanger onwijs slecht verstaanbaar en door opzettelijke stemvervormingen die iets te vaak optreden wordt het soms hinderlijk om de vaak interessante gitaar- en synthesizerpartijen nog te kunnen horen. Leuke gimmicks als NES-bliepjes en rare stemmen zouden hier vooral niet verward moeten worden met dingen die in ieder nummer gebruikt zouden moeten worden om jezelf als band te onderscheiden van de rest. Er schort nog vanalles, het klinkt soms nog wat geforceerd, maar Fever The Ghost heeft een eigen stijl die even moet bezinken. Wie in het begin al afhaakt (en het gebeurt in groten getale), mist het funky en uptempo slot van een nogal gestoorde set. De jongere helft van het publiek vindt het in ieder geval fantastisch.

Josef Salvat

De nieuwkomer met misschien wel de grootste fanbase van de avond is Josef Salvat, de nederige Australiër die zijn successen op Into The Great Wide Open en Lowlands van de afgelopen jaren nog steeds niet heeft verwerkt. Wat hij wél heeft gedaan, is een goede band om zich heen vormen en aan een goede live-set bouwen. Ergens tussen de sound van Hurts, SOHN en Fyfe in, bouwt de set vanavond op bas, drums, veel keyboards en synthesizers en wat gitaarwerk. Josef heeft er duidelijk zin in, het publiek heeft hoge verwachtingen. Alsof hij net is ontsnapt uit een Gaastra-commercial stapt Josef het podium op en speelt al vroeg in de set zijn grootste hit ‘Open Season’, waarvan opvallend veel toeschouwers de woorden letterlijk meezingen. Een goed teken dus. Het lijkt erop dat het een ijzersterke set gaat worden, totdat Josef na een viertal nummers plaatsneemt achter de piano en op subtiele wijze om wat meer stilte in de zaal vraagt. Het “zappende” in en uit lopende publiek achterin de zaal en het balkon is te rumoerig om de nummers van Josef te laten overkomen, en zonder succes besluit een deel van het publiek minutenlang de rest tot stilte te brengen. Daarna slaat Josef weer de electronische richting in, maar tevergeefs. Het gevecht om de aandacht van het publiek is verloren. Er mist iets wat er in het begin van de set wel was: niet alleen de aandacht, maar ook een rustig nummer afgewisseld met een uptempo drumpad-beat. Nu voelt het optreden van Salvat aan als drie losse, net niet geslaagde blokjes van te veel op elkaar lijkende nummers.

Spoon

Pas lang nadat Josef Salvat van het podium is vertrokken, begint headliner Spoon aan een 75-minuten durende set op London Calling. Half werk staat niet in het woordenboek van deze ervaren en enorm talentvolle band uit Texas: alles moet tot in de puntjes in orde zijn voordat het optreden kan beginnen. Dat perfectionisme is ook te merken als Spoon eindelijk op het podium staat: zanger Britt Daniel vraagt na een uitstekend openingssalvo bestaande uit ‘Got Nuffin’ en ‘Rent I Pay’ aan het publiek of ze alles goed horen: zijn vocals klinken niet goed genoeg volgens hem. Misschien zijn ze wat aan de zachte kant, maar als er één band is die een nagenoeg perfect geluid heeft vanavond en een lange, veelzijdige en uitstekende set heeft, is het Spoon wel. Het wordt kiezen welke hits er worden gespeeld vanavond, want zelfs voor een lange festivalset als deze is het oeuvre van Spoon, inmiddels al 21 jaar actief, te groot. Fans worden gedurende de encore nog getrakteerd op ‘The Way We Get By’ en ‘Rhythm and Soul’, wederom uitstekend en zonder aanmerkingen afgeleverd door de Amerikanen. Spoon bewijst zichzelf als een uitstekende afsluiter voor een festival als London Calling. En nu niet meer zo lang wegblijven uit Nederland!

Tekst: Dave Coenen

Fotografie: Remco Brinkhuis

2 Reacties »

  1. Jasper Willems 4 november 2014 om 10:52 -

    Kleine verbetering: Eric Gaffney zit al jaren niet meer in Sebadoh. De bandbezetting is tegenwoordig Lou Barlow, Jason Loewenstein en Bob D’Amico op drums. Loewenstein en Barlow zijn allebei de liedjesschrijvers, dus geen echte ‘frontman’.

  2. Dave Coenen 4 november 2014 om 13:27 -

    Bedankt voor je oplettendheid, Jasper. Researchfoutje. Is inmiddels aangepast!