Opeth @ Heineken Music Hall, Amsterdam

Door Jeffrey Zweep 8 november 2014 2

Je zou het je zo voor kunnen stellen: het is 1989, Mikael Åkerfeldt (toen nog vocalist van deathmetal-act Eruption) moet een jaar of vijftien geweest zijn en wordt voor de zoveelste keer de klas uitgestuurd omdat hij alles wel even op z’n eigen manier denkt te kunnen doen. Doorspoelen naar 2014 en de werkelijkheid leert dat Åkerfeldt bij Opeth álles op zijn manier doet. Daarom is die band tegenwoordig ook een progrockband en is het publiek dat naar de show in de Heineken Music Hall komt diverser dan ooit.

Het vijftal opent de show met ‘Eternal Rains Will Come’, toevalligerwijs ook de opener van nieuwste plaat Pale Communion. Het is één van de sterkste nummers van een verder tergend saaie plaat en daarom houden sommigen in de zeer druk bevolkte Heineken Music Hall hun hart vast als Opeth het tweede nummer van deze plaat, ‘Cusp Of Eternity’, als tweede nummer van de show inzet. “Ze gaan toch niet die hele kutplaat spelen hè?” Gelukkig niet en het is al snel tijd voor wat oudjes.

Wat heet, Opeth gaat terug in de tijd en bezorgt de fans van de eerdere uren kippenvel met achtereenvolgens ‘Bleak’, ‘The Moor’ en ‘Advent’, respectievelijk van het vijfde (Blackwater Park), vierde (Still Life) en tweede album (Morningrise). En voor sommige mensen in de zaal lijkt met name laatstgenoemde nummer te hard. Dat is het nadeel van het nu zo diverse publiek, dan kan er iets tussen zitten wat je minder aantrekkelijk vindt.

En dat weet Åkerfeldt maar al te best, daarom is het tijd voor een versnelling terug met bierhaalnummer ‘Elysian Woes’ (gaap!) en het met luid applaus ontvangen ‘Windowpane’ (vet!). En zeg wat je wilt over het vijftal, maar live staat zelfs werk van Heritage en Pale Communion als een huis. Je gaat je zelfs afvragen waarom die twee platen ook maar niet een klein deel van de live-dynamiek in zich hebben. Een ander nadeel van Opeth live is dat de podiumpresentatie zo tergend saai is. Er valt weinig te zien op het podium en het is er de band niet naar om allemaal grote videoschermen op te hangen.

Nee, de band moet het van de live-kwaliteiten hebben en het charisma van bandleider Åkerfeldt. De WhatsAppende tiener op de eerste rij moet het ontgelden, Kiss en Judas Priest worden aangehaald en Metallica-frontman James Hetfield moet het ontgelden (en wordt geïmiteerd). Verder heeft hij speciaal voor ons Nederlanders zijn haar gewassen met shampoo én conditioner. Top. Naarmate het einde van de set in zicht komt, gaat het tempo ook omhoog. Dit leidt tot hoogtepunt ‘The Lotus Eater’, volgens Åkerfeldt het “weirdste Opeth nummer ooit”. Tijdens het fusionstuk nét over de helft van het nummer beginnen een stel overlaten zelfs een pit. De schavuiten.

Bij aanvang van reguliere set-afsluiter ‘The Grand Conjuration’ kent de frontman problemen en moet het nummer voor een tweede keer ingezet worden. Het nummer zorgt echter wel voor een gigantische headbangconferentie. Na een korte pauze sluit het vijftal de avond definitief af met ‘Deliverance’, wellicht één van de beste nummers uit de Opeth-discografie. Zo komt er na ruim twee uur een Opeth anno 2014, waar de band laat zien live absoluut geen progrockband te zijn. Of nóg geen progrockband is, dat kan ook, want Mikael Åkerfeldt doet toch alles op z’n eigen manier.

2 Reacties »

  1. MCK 10 november 2014 om 13:36 -

    Het blijft nog steeds ‘Eternal rains will come’, verder vind ik de recentie niet geheel representatief voor de avond, maar ik gun iedereen zijn journalistieke vrijheid.