Crossing Border 2014: Dag 1

Door Natasja ter Voert en Leonie Poot 15 november 2014 Reacties staat uit voor Crossing Border 2014: Dag 1

Het regent in Den Haag wanneer de trein het station binnen rijdt. Niet zo’n beetje ook. Een lekker begin is dat niet, maar de medelevende uitingen van de vrijwilligster bij de ticketbalie maken al veel goed. “Hopelijk droog je snel een beetje op!” roept ze nog, wanneer we op weg gaan naar de nog altijd imposante schouwburgzaal Royal voor het muzikale begin van deze eerste festivaldag van Crossing Border 2014. Daar staat intussen een oude bekende van dit festival op de planken. Jocie Adams, de zangeres van Arc Iris, was hier namelijk al enkele keren te bewonderen met haar ex-bandleden van The Low Anthem. Maar waar die band nog voornamelijk voor pure folk en Americana ging, is er binnen dit project ruimte voor een uitgebreider palet aan invloeden. We zien Adams vanavond dus terug in een geelgouden catsuit, en horen nog altijd Americana en folk, maar ook jazz, cabaret en een regelmatig ingezette, bijna psychedelisch aandoende rock-jam. Er zijn een cello en een contrabas, maar ook elektronische beats. En altijd weer die loepzuivere stem van de zangeres. Interessant is het met al die elementen zeker, maar zo magisch mooi als de optredens van The Low Anthem konden zijn, wordt het daarmee (nog) niet.

Arc Iris

Snel een kijkje nemen bij de door 3FM op handen gedragen band van Susanne Linssen, violiste van onder andere Awkward I, dus. Beginners heet deze, niet te verwarren met de Amerikaanse indie popband met dezelfde naam. In de Heaven, helemaal bovenin de Schouwburg, staan twee dames in jurkjes viool te spelen en zien wij verder een drumster, bassist, en gitarist. Aan enthousiasme en solide uitvoeringen geen gebrek op het podium, maar een beetje braafjes blijft het allemaal wel. Voor de liefhebbers blijkt dit getuige de lachende gezichten en voorzichtige danspasjes alsnog een goed alternatief begin van de avond.

In het Nationale Toneel is het echter intussen alweer tijd voor Trampled by Turtles, en wat is Crossing Border zonder een flinke dosis bluegrass? Van het progressieve soort is de muziek van deze band wel, want deze bluegrass blijkt ook nog flink te kunnen rocken.

Trampled By Turtles

Zo netjes als de viool bespeeld werd in het bovenzaaltje van de Schouwburg, zo fanatiek wordt deze mishandeld op dit podium. Een drummer hebben deze heren ook niet nodig, zo blijkt, want deze authentiek aandoende hillbillies bespelen maar liefst drie gitaren, een contrabas, en een banjo naast de viool. Er is samenzang van in tye dye shirts, blouses en te grote broeken gehulde zwetende mannen met baarden die naar eigen zeggen nooit veel verder komen dan een “dankjewel” tussen de nummers door, omdat ze zich liever op de muziek richten. En die focus werpt zijn vruchten af. De vrijwel akoestische wervelwind die Trampled by Turtles na acht(!) albums nog altijd blijkt te zijn, is een vroeg, bescheiden hoogtepunt.

Trampled By Turtles

Met de wijste Crossing Border-gerelateerde les van de afgelopen jaren in het achterhoofd (“kom op tijd voor veelbelovende optredens in de kleine zalen!”) vervoegen veel mensen zich al op tijd bij het bovenzaaltje in het Nationale Toneel, Heartbeat Hotel genaamd. Daar worden tussen het literaire programma-onderdeel en het optreden van de Australische Courtney Barnett nog even snel alle tafels aan de kant geschoven, op vriendelijk doch dringend verzoek van de tourmanager. Want, zo wordt terecht gesteld, voor een zittend publiek valt niet te rocken.

Courtney Barnett

 

En rocken doen deze Barnett en haar band wel degelijk. Eigenlijk klopt alles aan het plaatje: het wilde, ongekamde haar, de nonchalante kleding, het onvervalste plezier waarmee gespeeld wordt… en dan ook nog die soms bijna gesproken gezongen, gevatte teksten, vol bijna triviale maar doeltreffende observaties uit het dagelijks leven van de nu 26-jarige muzikante/barvrouw uit Melbourne. ‘I take a hit from an asthma puffer’, zingt ze, ‘I do it wrong / I was never good at smoking bongs / I’m not that good at breathing in’. En ‘I got drunk and fell asleep atop the sheets / but luckily I left the heater on’. Veel van die teksten zijn ook letterlijk uit het dagelijks leven gegrepen, zo leren wij, want ze smste ze vaak tijdens haar werkdagen aan haarzelf door. Wanneer het tijd is voor het door Pitchfork ernstig goedgekeurde, meanderende ‘Avant Gardener’ en de steviger afsluiter ‘History Eraser’ zijn ook wij wederom overtuigd: Courtney Barnett is zeker een bezoekje waard.

Courtney Barnett

Beneden in The Raven zijn The Felice Brothers dan al begonnen aan een optreden waar tegenwoordig nog maar één van de broers bij aanwezig is. Erg druk wordt het daar helaas niet, omdat het gros van de bezoekers van het festival intussen betoverd worden door het altijd sterke Iron & Wine in die andere grote zaal. Maar eerlijk is eerlijk: buiten een flinke dosis enthousiasme, overgebleven broer James op accordeon en achter de microfoon, en bevlogen violist/zanger Greg Farley mist men ook niet heel veel. Laatste album Favorite Waitress (2014) suggereerde het al, maar het nonchalante, wat rommelige geluid van ‘vroeger’ heeft toch echt plaats moeten maken voor een wat vastomlijnder, preciezere uitvoering. De nummers blijven echter wat inwisselbaar, en voornamelijk een goede soundtrack voor bij een biertje of twee.

The Felice Brothers

Snel door naar het zaaltje waar Vashti Bunyan met Joni Mitchell-achtig stemgeluid met minimale begeleiding luisterliedjes zit te spelen dus. Flink dringen is het daar, zo net na aanvang van het optreden, maar toch blijft het een komen en gaan van publiek. Eenmaal binnen wordt duidelijk waarom. De gedurende negende jaar zorgvuldig, liefdevol geboetseerde nummers van haar naar eigen zeggen waarschijnlijk laatste album ooit, Heartleap (2014), laten zich live vertalen naar een rustig voortkabbelende gitaarlijn met daaroverheen haar ijle stemgeluid. Het moet je liggen dus, maar voor wie goed luistert zit hier een vrouw te zingen die over vaak pijnlijke zaken des levens wel degelijk iets eerlijks en steekhoudends te melden heeft. Zo gaat het over verlies, verlatingsangst, moeizame communicatie, het verstrijken van de tijd, geïsoleerde, al dan niet geobserveerde kristalheldere geluksmomentjes, en doorzettingskracht. Erg warm wordt het alleen wel daar in dat kleine bovenzaaltje, dus een paar levenslessen rijker zoeken ook wij de verkoeling weer even op.

Zo breekt het einde van deze eerste festivalavond alweer bijna aan, waarbij gekozen moet worden tussen een heel arsenaal aan artiesten die de moeite van het bekijken waard zijn. Met het oog op de naderende deadline voor de laatste reguliere trein wordt gekozen voor een verlengd verblijf in de Schouwburg, waar de zanger van Low Roar in het bovenzaaltje zijn donkere, door elektronica en geloopte samples ondersteunde muziek zal spelen. Zijn verhuizing naar IJsland vanuit het zonnige Californië klinkt hier duidelijk in door, want er is volop ruimte voor de daar door hem gevoelde eenzaamheid en onzekerheid. Een mooi contrast wordt daarbij gevormd door de spaarzaam gehanteerde akoestische gitaar, die al deze kilte effectief doorbreekt.

Low Roar

Een korte tussenstop dan nog, bij Tweedy, hier zonder de overige leden van Wilco. Daar in de Royal zien wij een tevreden publiek in de zaal en een charmante man met een heerlijk stemgeluid samen met zijn zoon op het podium. Eigenlijk weten we na één nummer dan ook al zeker dat het hier goed toeven is.

Tweedy

De vrij ingetogen, met Americana doorspekte pop van album Sukierae (2014) vertaalt zich ook naar een een ingetogener optreden dan we van Jeff Tweedy gewend zijn. Dat is zeker geen slecht ding, wanneer de kwaliteit zo overduidelijk hoog blijft.

Tweedy

Met pijn in het hart wordt de zaal dan ook weer verlaten. De eerste dag van Crossing Border 2014 zit er alweer op.

Tekst: Natasja ter Voert

Fotografie: Leonie Poot

Je kunt geen reactie achterlaten.