Stromae @ Ziggo Dome, Amsterdam

Als er in een concert gegrapt kan worden over friet als typisch Belgisch exportproduct, maar de artiest zelf al bijna een groter exportproduct is geworden dan de gefrituurde aardappelen zelf, dan is de kans vrij groot dat je bij een concert van Stromae aanwezig bent. Want je moet sinds 2010 wel onder een grote puntzak hebben geleefd, wil je Paul van Haver en het enorme succes van zijn maestro-anagram gemist hebben: deze man was overal. Die lange slungel van ‘Alors on Danse’ werd de internationaal doorgebroken artiest, Youtube-lessen werden interviews met de allergrootste media van de wereld (Time Magazine deed het, zomaar) en een Europese clubtour voor tweede plaat Racine Carrée werd opgevolgd door een intercontinentale arenatour. Rock Werchter, de Zénith in Parijs, New York; noem het op en Stromae was er.

In Nederland maakte Stromae net zo’n enorme zegetocht: eind vorig jaar de Melkweg in Amsterdam, vlak na de jaarwisseling Utrecht en Eindhoven, in april de Heineken Music Hall, in juni Pinkpop en in augustus Lowlands. Om ten slotte een kers op de taart die een duizelingwekkend succesvolle tournee genoemd mag worden te leggen: twee razendsnel uitverkochte avonden in het Ziggo Dome, vlak naast de Amsterdam ArenA (misschien het volgende station voor een Stromae-tour?). Ook al is hij bijna overal al geweest, Nederland blijkt geen genoeg te kunnen krijgen van Stromae. Deze avond, vrijdag 21 november, bewijst waarom.

Enorme visuals op het podium van de Ziggo Dome laten zien hoe een cartooneske miniatuur van Stromae zich door een duistere fabriek heen beweegt; hij vindt zijn bandleden door middel van het activeren van allerlei schakelaars en weet nog maar nét te ontsnappen aan iets wat op een reusachtige spinnenpoot lijkt. Wanneer de figuurtjes op het scherm veilig op hun plaats staan achter hun instrumenten, hijst iemand het scherm naar boven. De band van Stromae staat klaar in precies dezelfde bezetting: op verplaatsbare plateaus achter verlichte racine carrées, gitaren, drumkits en toetsen. De doordringende synthesizermelodie van ‘Ta fête’ wordt ingezet en we zien het lange silhouet van Stromae: onder luid gejuich wordt het ijzersterke openingsblok (‘Ta fête’, ‘Bâtard’, ‘Peace or Violence’) afgetrapt. Het duurt niet lang of er wordt massaal meegesprongen op ‘Peace or Violence’ en meegeswingd op ‘Tous les Mêmes’. Als het publiek tijdens ‘Ave Cesaria’ wordt gevraagd om te staan voor Cesária Évora, één van de grote muzikale voorbeelden van Stromae, ploft het merendeel van het publiek niet meteen weer neer in de kuipstoeltjes. De muziek is enorm aanstekelijk en dansbaar. Het maakt niet uit voor welke generatie: jonge kinderen van 6, oude echtparen van 65 of zelfs ouder, ze dansen allemaal vanavond. Stromae spreekt een behoorlijk groot publiek aan.

Mede hierom hoeft niet lang getwijfeld te worden aan het feit dat Stromae een verdomd goede entertainer is: de ogenschijnlijk knullige combinatie van steenkolen-Engels en enkele zinnen Nederlands blijkt behoorlijk charmant als Stromae het publiek om een vertaling, betekenis of betere invulling van één van zijn grappen vraagt. Hoe verlegen, bescheiden of misschien zelfs gesloten Paul van Haver tijdens interviews en andere publieke mediavertoningen kan overkomen, als zijn alter ego Stromae is hij helemaal op zijn plaats op het podium: vanavond zien we een dankbare, opgewekte en energieke man over het podium bewegen.

Hoe groot de vreugde vanavond ook is in de zaal, de songteksten van een groot deel van de setlist zijn behoorlijk serieus of laten de diepere emoties in Van Haver voorzichtig naar boven komen. ‘Moules Frites’ is niet alleen dat populaire gerecht in België, maar ook een metafoor voor de jongeman “Paulo”, die veelvuldig maar vooral onveilig vrijt. ‘Quand c’est?’ is geen simpele vraag gesteld in een nietszeggende ballade. maar wordt gezongen met een uitspraak die meer neigt naar ‘cancer’, met op de visuals als metafoor een alles opslokkend, spin-achtig monster, waarvoor Stromae en zijn band zelfs moeten vluchten. De songteksten, ogenschijnlijk vrolijk maar in kern vaak droevig, worden met evenveel intensiteit als nuance gebracht vanavond, en deze hele stijl en manier van performen maakt dat Stromae zo’n unieke, soms zelfs levensomvattende artiest is. Dansbaar, aanstekelijk en vrolijk voor de jonge bezoekers, genuanceerd en emotioneel voor de wat oudere helft van het publiek.

Het ene moment heerst de serieuze boventoon, dan wordt het feestelement weer in een vloeiende overgang naar boven gehaald. Niet alleen de vaak dubbelzijdige muziek van Stromae zorgt hiervoor, ook zijn er allerlei visuele elementen ingezet waardoor de show qua setting en sfeer binnen korte tijd heel anders kan ogen en aanvoelen. Een extra doek op de voorgrond voor nóg meer projecties bij ‘Silence’ en ‘Carmen’ zorgt weer voor een heel andere sfeer dan bij de rustigere nummers: de extra visuals werken hypnotiserend terwijl de geweldig geproduceerde beats op stadionvullende synthesizermelodieën en aangepaste opera-arrangementen klinken. Verlichte bandplateaus, indrukwekkende laser- en lichtshows, de energiek rondrennende Stromae zelf; over elk element in deze show is nagedacht. De plateaus waarop de band staat worden bijna na ieder nummer verschoven, waardoor ieder nummer een eigen karakter krijgt. De plateaus draaien zelfs mee met de visuals, waardoor de band onder een hoek van 45 graden Cheese-klassieker ‘Je cours’ vertolkt.  Het wassen beelden-element van ‘Papaoutai’ wordt compleet als Stromae compleet in een actiefigurendoos (de “Strobox”) het podium opkomt. De show krijgt door deze en allerlei andere podiumtrucs, die zó vloeiend mengen met muziek en performance dat het geen podiumtrucs meer genoemd mogen worden, nóg meer een eigen karakter. Ook al valt de show soms een minuut lang stil door al die vernieuwingen, wijzigingen en outfit-wisselingen, het wordt meteen weer goed gemaakt door een nieuwe audiovisuele verbluffing. Degene die overigens door al deze feestjes voor het oog nog twijfelde aan de zangkunsten van Stromae en zijn band, wordt de mond genadeloos gesnoerd bij een uitstekende, compleet a capella-versie van ‘Tous les mêmes’, die een bijna 130 minuten durende show subtiel besluit.

In de prullenbak dus met die Jacques Brel-vergelijkingen: ooit een compliment, nu doen ze Stromae geen eer meer aan. De entertainer van een generatie (en van nog veel meer generaties) is opgestaan. Zelfs na pas twee uitgebrachte albums is dat een onvermijdelijke conclusie. Of het derde album een even groot of nog groter succes wordt als Racine Carrée, is niet zeker. Wel is zeker dat een avond als deze er één is voor in de boekjes en de carrière van Stromae tot nu toe zeker noemenswaardig is binnen de huidige popcultuur en binnen het Belgische cultureel erfgoed.