Jaarlijst 2014: Dave Coenen

Door Dave Coenen 16 december 2014 Reacties staat uit voor Jaarlijst 2014: Dave Coenen

realestate-atlas

  1. Real Estate – Atlas
  2. Royal Blood – Royal Blood
  3. Spoon – They Want My Soul
  4. Damon Albarn – Everyday Robots
  5. Jessie Ware – Tough Love
  6. Band of Skulls – Himalayan
  7. SBTRKT – Wonder Where We Land
  8. Temples – Sun Structures
  9. De Staat – Vinticious Versions
  10. Triggerfinger – By Absence of the Sun

Het contrast tussen hard en zacht in mijn jaarlijstje van 2014 is groot: de rammelende stadionrock van Royal Blood en Band of Skulls en de testosteronriffs van Triggerfinger beuken keihard tegen de dromerige indiepop van Real Estate, de liefdesballads van Jessie Ware en het melancholische solo-album van Damon Albarn op. Een mooi en onvermijdelijk contrast, want wat waren er veel verschillende goede releases dit jaar.

Zo kwamen de immer sympathieke Vlaamse rockers van Triggerfinger met hun meest stijlvolle en beste album tot nu toe, stak De Staat wat grepen uit zijn oeuvre in een compleet nieuw jasje op het onlangs verschenen album (of was het nou EP?) Vinticious Versions en is de psychedelische rock sinds dit jaar een boegbeeld rijker: Temples.

Het was ook een jaar waarin het moment van “de moeilijke tweede” voor sommige artiesten aanbrak. SBTRKT bracht tweede plaat Wonder Where We Land uit, die bij vlagen iets te experimenteel was om net zo uniek en dansbaar te zijn als het uitstekende debuut, maar toch blijft smaken naar meer. Ook Jessie Ware, geen onbekende van eerdergenoemde SBTRKT, bracht haar tweede album Tough Love uit, afgelopen oktober. Omringd door groot productie- en collaboratietalent (Benzel, Julio Bashmore, Miguel, Ed Sheeran), geeft Ware wederom op uitstekende en nog beter ontwikkelde wijze een stukje van haar ziel bloot. ‘Tough Love’ is één van de beste nummers van het jaar, met minimalistische electronische invloeden, duidelijk geïnspireerd door Prince en zijn Linn-drumkit. Band of Skulls uit Southampton bracht haar derde plaat uit, met de beste riffs van de band tot nu toe, live ook enorm gegroeid. Ballads zijn nog steeds de achilleshiel van Band of Skulls, maar dat wordt hen gemakkelijk vergeven door de briljante uptempo rocknummers (‘Himalayan’, ‘Brothers and Sisters’, ‘Asleep at the Wheel’) op Himalayan.

Als er één iemand was die dit jaar nog beter zijn ziel heeft blootgelegd op een album dan Jessie Ware, dan is het Damon Albarn wel. De Britpop-legende en Gorillaz-frontman is muzikaal ontzettend veelzijdig en dat bewijst tweede soloplaat Everyday Robots met gemak. De algehele sfeer is breekbaar en melancholisch, altijd ontroerend en soms met een greintje euforie tussendoor. Overigens gaf Albarn op de eerste editie van Down The Rabbit Hole één van de beste optredens van het jaar, emotioneel en zichtbaar aangeslagen door de dood van zijn die dag overleden compaan Bobby Womack.

Verder zijn oude bekenden Spoon dit jaar teruggekeerd met het even subtiele als geniale They Want My Soul, met als hoogtepunten de nummers ‘Rent I Pay’ en ‘Do You?’. Wát een comeback-optreden gaven deze heren op London Calling in November. Precies zoals het Spoon betaamt: een tot in de puntjes perfecte performance; geluidstechnisch geperfectioneerd en subtiel.

En dan was er nog Royal Blood, die twee jonge gasten op bass en drums uit Brighton. Ze kwamen ‘Out of the Black’ als een ‘Little Monster’ en verdienen nu wat ‘Loose Change’ met een enorm succesvol titelloos debuut. Oké, genoeg gegrapt, want dit album is compleet gevuld met no-nonsense hardrock die extreem goed blijft hangen (die riff van ‘Come On Over’! Die solo met rockabilly in ‘Figure It Out’! Die knaller van een opener ‘Out of the Black’!). Ieder nummer heeft kwaliteiten, alhoewel er niet bijster veel vernieuwing te bespeuren valt. In het geval van Royal Blood maakt dat heel weinig uit: er waait een frisse jonge wind door de rockwereld en de grote festivalboekingen voor volgend jaar zijn al binnen.

Het harde debuut van de jonkies van Royal Blood kon niet in groter contrast staan met het fijne, dromerige en melodieuze Atlas van het Amerikaanse succesverhaal Real Estate, dat zich op het geluid van hun tweede album enorm ontwikkeld heeft met nóg gevoeligere teksten, nóg betere productie en de allerbeste indieriffs die ik in jaren heb gehoord. Of het nou een vroege ochtend, een drukke middag of een late nacht is, Real Estate kalmeert en raakt altijd. Als je ‘Talking Backwards’, ‘Had To Hear’ of ‘Primitive’ nog niet hebt geluisterd, heb je dit jaar iets gemist. Naar mijn mening het beste en meest memorabele album van 2014. Op naar een nóg beter muziekjaar 2015!

N.B.: Een eervolle vermelding gaat dit jaar naar Prince, die met Art Official Age en PlectrumElectrum zichzelf (en zijn band 3rdEyeGirl) weer een beetje op de kaart van de muziekwereld zette. Art Official Age maakte muziek weer tot een spirituele helingsbeleving en PlectrumElectrum leverde een (heel) kleine portie leuke hardrock af. Helaas heeft meneer Rogers Nelson het internet en alle slimme marketing die er was inmiddels weer afgezworen, fans voor de zoveelste keer in verwarring achterlatend. Nieuwe projecten starten en niet meer terugkijken is een prima manier, alleen moet het dan allemaal niet zo lang duren. Strafpunten voor Prince’s plaats in mijn jaarlijst dus, Triggerfinger mag met een wildcard zijn plek overnemen.

Je kunt geen reactie achterlaten.