Down By The River #1

Door Robin Oostrum 5 mei 2015 Reacties staat uit voor Down By The River #1

We zien ze de laatste tijd overal uit de grond gestampt worden: festivals voor liefhebbers van rootsmuziek en americana. Na het al jarenlang succesvolle Groningse TakeRoot zijn inmiddels ook grote ‘mainstream’ poptempels als TivoliVredenburg en Paradiso in het gat gesprongen, ongetwijfeld tot vreugde van de boekingskantoren die hun artiesten tot vermoeienis toe langs gehuchten als Asten en Ottersum blijven sturen. Dat moet ook ongeveer de gedachte zijn geweest van Sedate Bookings, dat in het Venlose poppodium Grenswerk een mooie partner vond voor een eendaags rootsfestival aan de Maas.

Letterlijk Down By The River dus. De officiële toevoeging #1 doet overigens vermoeden dat er (snel?) meerdere edities zullen volgen, maar voor de meeste toeschouwers is dit tevens de eerste kennismaking met de popzaal zelf. Voor wie sinds de opening nog geen bezoek aan Venlo heeft gebracht: die popzaal is er één van het nieuwe stempel, meer TivoliVredenburg dan Oudegracht, meer Oosterpoort dan Vera, etc. Een modern gebouw inclusief trappen, een zaal met balkons en een heldere akoestiek – maar ook een toilet dat zo nieuwerwets is dat er een uitgebreide gebruiksaanwijzing voor nodig is om je handen te wassen.

Het festival zelf presenteert zich aanvankelijk als gemoedelijk ontdekkingsfestival. Zo blijkt ‘Stage 2’ uit het programma een in elkaar geknutselde verhoging aan de zijkant van de zaal te zijn, sfeervol aangekleed met de tapijten en lampen uit grootmoeders collectie. Daar is de uit Chicago afkomstige Ryley Walker de revelatie van de dag, wanneer hij – zichzelf in trance tokkelend – enkele nummers van zijn eerder dit jaar verschenen prachtplaat Primrose Green speelt. Met aan John Martyn memorerend gitaarspel en Tim Buckley-achtige zang neemt Walker de luisteraar even terug naar de jaren zeventig, een tijd waarin folk nog geen kickdrum nodig had om te beklijven. Met de dreigende wolken boven de Maas als achtergrond speelt hij even later in de open lucht nog een sessie, onversterkt en nog intiemer. Dan, met enig gevoel voor overdrijving, toont zich de charme van zo’n festival: wie heeft immers een Paradiso of Tivoli nodig wanneer je op een zondagmiddag aan de Maas de nieuwe Nick Drake kunt ontdekken?

Kritiekpunt van deze eerste editie ligt vooral op de programmering van Stage 1. Daar is midden op de avond gekozen voor een uur lang JP Harris & The Tough Choices, waarbij vooral het gebrek aan overlap en keuze slecht blijkt uit te pakken. De wat zouteloze nummers van JP Harris zorgen voor een komen en gaan van toeschouwers, die beurtelings besluiten dat het nu wel tijd is voor een avondmaal. Het is een typische kinderziekte van een nieuw festival dat nog niet zo goed besloten heeft welke kant het op wil: met slechts vijf artiesten, nul overlap en lange timeslots (afsluiter Hackensaw Boys krijgt zelfs anderhalf uur) vraagt Down By The River nu wel een erg lange aandachtsspanne voor relatief onbekende artiesten. Met iets meer aandacht voor het ontdekkingselement zou #2 zomaar tot meer Ryley Walker-achtige momenten kunnen leiden.

Je kunt geen reactie achterlaten.