Swans @ Doornroosje, Nijmegen

Britney Spears playbackt, Sun Kil Moon beledigt zijn publiek en Pete Doherty zwenkt dronken over het podium: er zijn artiesten die maar al te graag doen wat van ze verwacht wordt. Alsof de show pas bedacht is na het lezen van de recensies, je vermoedt het soms. Briefjes met de waarschuwing dat Swans straks echt héél luid gaat worden zijn dan ook ongetwijfeld vriendelijk bedoeld, maar ergens knaagt de gedachte dat het “experimentele” Swans tegenwoordig vooral een self-fulfilling prophecy is. Gelukkig blijkt de scepsis onterecht: in een zaal met opvallend helder geluid blijkt de Swans-show boeiend van begin tot (ongeveer een half uur voor het) einde.

swans-hard

Oordoppen verplicht (foto: Robin Oostrum)

Oordopjes in, dat natuurlijk wel. De zaallichten zijn nog amper gedimd als Thor Harris het podium betreedt en op de imposante gong begint te slaan. Dat gaat zo vijf à tien minuten door, waarin drummer Phil Puleo en Harris een soort hypnotiserende geluidsgolf creeëren die als eb en vloed door Doornroosje trekt: aanzwellend, terugtrekkend, aanzwellend, terugtrekkend, enzovoort. Wanneer de rest van de band het podium betreedt en de instrumenten oppakt, vallen de details op: we horen Hahn schuren met zijn lapsteel en Pravdica beuken op zijn bass, maar onderscheiden net zo eenvoudig de trombone en subtiele glockenspiel van Harris op ‘A Little God In My Hands’.

swans-2

Michael Gira (foto: Hans van Wijk)

Fascinerend hoe de zes nummers, samen goed voor tweeënhalf uur, zo lang bezwerend werken. Het blijven lang uitgesponnen stukken, veel herhaling, en we zien Michael Gira halverwege de avond ruim dertig minuten onafgebroken (!) hetzelfde akkoord spelen. Toch boeit het, hoe zo’n Hahn – ogenschijnlijk het hele optreden op hetzelfde stuk kauwgom terend – zijn lapsteel haast aan flarden rost, de grens van “niet om aan te horen” naderend maar steeds nét niet bereikend. Dan weer laat Gira als een satanische priester, nog veel meer dan bijvoorbeeld Wovenhand vorige maand in dezelfde zaal, met de armen gespreid enkele bezwerende doch betekenisloze kreten op de zaal los. Het is ook meteen duidelijk waar de post-rockbands van tegenwoordig hun mosterd gehaald hebben: we horen de gitaarmuren van Godspeed You! Black Emperor, de tegendraadse drums van Mogwai, noem ze maar op.

swans-groot

Michael Gira (foto: Hans van Wijk)

Eindelijk gaat het na afloop eens niet over toeschouwers die kotsend – of überhaupt voortijdig – de zaal hebben verlaten, of over kroonluchters die van het plafond zijn gevallen. En ja, het is een (heel) luid concert, maar met goede oordoppen is van een allesverzengend lawaai nou ook weer geen sprake. De aandacht verslapt wat wanneer Gira na ruim twee uur de dubbele slotcompositie ‘Bring the Sun / Black Hole Man’ inzet. Zo innovatief en pionierend als in de jaren tachtig is Swans ook niet meer – we kunnen tegenwoordig tientallen acts opnoemen met strijkstok-op-gitaar en percussie-met-een-hamer. Wel zien we vanavond Swans een sterk en nog immer de grenzen opzoekend optreden geven waar maar weinig hedendaagse post-rockbands zich mee kunnen meten. Het gejuich is nog groot wanneer Gira besluit met de mededeling dat er een nieuw Swans-album op komst is. Daar hebben we anno 2015 nog met alle liefde een setje nieuwe oordoppen voor over.

Tekst: Robin Oostrum
Fotografie: Hans van Wijk

1 Comment

Comments are closed.