Best Kept Secret 2015: dag 2

Dag twee van Best Kept Secret ziet er op het eerste gezicht alvast wat gewaagder uit dan de eerste. Via de no-nonsense-herrie van God Damn – zo’n typische Eurosonic-boeking die (nog) niet zo ver is doorgebroken als gehoopt – schuiven we op tijd aan in de Two. Daar heeft Matthew E. White zijn band strak in het pak gehesen voor drie kwartier white soul. Het dit jaar verschenen tweede album Fresh Blood ging ongeveer verder waar hij op Big Inner was gebleven: de invloeden van Stevie Wonder en Randy Newman combineren tot fijne luisterliedjes met herkenbare refreinen en subtiele blaaspartijen. Als het op die albums al eens uit de bocht schiet is het vooral tekstueel, wanneer White zich bijvoorbeeld waagt aan een veel te cryptische ode aan (overleden acteur) Philip Seymour Hoffman, nadat hij in doorbraaksingle ‘Big Love’ nog concludeerde dat liefde achtereenvolgens “the same old shit”, “deep shit” en “sweet shit” was. Vloog het hier in de Two muzikaal maar wat méér uit de bocht: nu kabbelt het optreden drie kwartier wat voort met luisterliedjes waarvoor de onderkoelde stem van White zeker het eerste half uur veel te zacht staat. Na een mondharmonicasolo van een bandje (!) krijgen we met ‘Rock & Roll Is Cold’ nog wel een sterke afsluiter, als White zich eindelijk durft los te maken met enkele uithalen en een schurende gitaarsolo, ten teken dat de zaterdagochtend nu daadwerkelijk voorbij is.

Mourn © Kasper Vogelzang

Mourn

Dat mag bij Mourn ook maar meteen duidelijk zijn. De jonge Catalanen woonden allen nog thuis toen het self-titled debuutalbum eind vorig jaar verscheen, gaven één van de meest nikszeggende interviews met Pitchfork ooit en speelden in januari een (hier en daar aanstekelijk) rammeloptreden op Eurosonic. Maar eens vergelijken met die show op Eurosonic dan: ja, het is nu een stuk beter. We horen in de Five lekker veel Nirvana-baslijntjes en PJ Harvey-zang (of Sleater-Kinney-gekrijs, in de positieve zin van het woord). Hoogtepunt ‘Otitis’ lijkt op zijn beurt zo uit het repertoire van Jane’s Addiction geplukt, met als spannende drijfveer de vaak opzwepende en dan weer tegendraads drummende Antonio Postius Echeverría. De praatjes tussendoor mogen nog wat beter (“we wrote the next song in school”, “we thought there would be giraffes in the crowd”, “this next song is new, it’s a weird song”…), het mag nog steeds wat strakker, maar Mourn zorgt hier voor 35 minuten grungepop die een stuk volwassener klinkt dan de dames en heer op het podium op het eerste – en tweede – gezicht doen vermoeden.

Bij Temples op Best Kept Secret durven we wel een kanttekening te plaatsen: zo’n band die vorig jaar op elk denkbaar festival stond én een uitgebreide clubtour in ons land deed, horen die nog in Hilvarenbeek? Het blijkt sowieso een minder moment te zijn wanneer Hinds in de Five het weer eens komt proberen: maar ook nu is het te rommelig, te vals, te matig bij het Spaanse kwartet. Zonde ook, er zijn genoeg vrouwenbands waarbij het niet nodig is te vermelden dat het om een vrouwenband gaat, maar bij Hinds bekruipt je toch keer op keer weer het gevoel dat ze alleen maar geboekt worden omdat ze zulke schattige foto’s van hun pyjamaparty’s delen op de social media. Weg ermee.

St. Paul & The Broken Bones in de Two dan, maar het is nog even zoeken naar de frontman. Die komt na een flink intro – van een flinke band met een flinke blaassectie – het podium op in gouden hakschoentjes en met een overtuigende dosis zelfvertrouwen. Dat show-element van St. Paul (niet te verwarren met de dj die Stage Four host en een dag eerder bij een auto-ongeluk zijn eigen Broken Bones gelukkig wist te voorkomen) is wel een dingetje: muzikaal is de soulfunk uit Alabama aanstekelijk doch ietwat gedateerd, maar met die opzwepende, in kostuum gehulde Paul Janeway wordt de Two aanvankelijk op zijn kop gezet. Maar naarmate de muziek begint te lijden onder de show groeit de irritatiefactor, alsmede de wanhopige roep om een stukje authenticiteit. Elbow meets Alabama Shakes, het was op papier een stuk leuker dan in de realiteit.

Mourn © Kasper Vogelzang

Death Cab For Cutie

De Ikea-folk van Of Monsters And Men houden we zo’n acht koortjes (omgerekend een half refrein) vol, voor het weer tijd is voor zo’n typische lang-niet-gezien-naam: Death Cab For Cutie. In de Two is het dan al gevuld met een groot aantal twintigers die de kans graag aangrijpen hun indiehelden van weleer te zien. Bij opener ‘The New Year’ horen we direct dat Ben Gibbard goed bij – zijn zo typerende nasale – stem is, niet veel later onderscheiden we eenvoudig de subtiele elektronica van de gitaarlicks en piano-akkoorden. Het blijkt de opbouw naar een set die naar het einde toe alleen maar sterker wordt: via nieuwe single ‘Black Sun’ en het krachtig gezongen ‘I Will Possess Your Heart’ naar meezingmoment ‘Soul Meets Body’, om af te sluiten met tranentrekker ‘Transatlanticism’. Knap hoe raak de meeste nummers een decennium later nog overkomen, met in het publiek tot achterin de Two mensen – veelal jongemannen van een jaar of 25 – die vanuit hun tenen lijken mee te schreeuwen. Daarbij houdt Gibbard het tussen de nummers door eigenlijk maar simpel: voor iemand die door Mark Kozelek openlijk als vriend wordt bestempeld worden hier maar weinig mensen beledigd, en zelfs nummers opgedragen aan persoonlijke helden van Ride die later vandaag nog hetzelfde podium betreden. Die gaan dit niet overtreffen.

Tussendoor is het tijd voor een Belgische invasie bij de One. Balthazar mag weer eens op komen draven na het sterke optreden van 2013 en het eveneens sterke nieuwe album Thin Walls. Mochten die dunne wandjes al tussen podium en het gretige publiek staan, dan zijn die na de openingstonen van ‘Decency’ en leadsingle ‘Then What’ aan gort geschoten: de bass staat werkelijk loeihard. Jawel, die herkenbare basslijntjes vormen het fundament van vrijwel ieder Balthazar-nummer, maar dit gaat echt ten koste van die ándere kwaliteit van de Vlamingen: de subtiliteiten (koortjes, lijzige zang, geplukte viool, subtiele synths) die nu juist bovenop die fundamenten liggen. Prijsnummer ‘Fifteen Floors’ is de grote, lompe verliezer halverwege de set, al zorgt het afsluitende trio ‘Sinking Ship’, ‘Do Not Claim Them Anymore’ en (vanzelfsprekend) ‘Blood Like Wine’ toch weer ouderwets voor hoogtepunt na hoogtepunt. Voor veel bands nog altijd van onbereikbaar hoog niveau, maar van Balthazar zagen we voorbije jaren toch echt wat betere optredens.

Mourn © Kasper Vogelzang

Publiek bij A$AP Rocky

Waar Ride vervolgens wat meer britpop dan shoegaze blijkt en The Vaccines met opvallend frisse energie het hele veld meekrijgen, is het vervolgens wachten op A$AP Rocky. De semi-headliner is een kwartier te laat – nee dat hoort niet zo, schijnbaar staat zijn backline nog ergens in België – maar knalt er wel direct in met bouncer na bouncer. Nouja, op die wat vreemde, trage gastbijdrage van Joe Fox na die ook al zo prominent op A$AP’s jongste plaat aanwezig is: klaarblijkelijk ontmoette A$AP de jonge, destijds dakloze gitarist buiten de opnamestudio’s en besloot hij hem een kans te geven. Mooi verhaal, zinloze toevoeging aan de set. De jonge rapper wordt verder geflankeerd door drie crewleden van de A$AP Mob die bij tijd en wijle zo maniakaal over het podium stuiteren, dat het een wonder mag heten hoe samenhangend de sound eigenlijk is. Natuurlijk krijgen we ook nog Skrillex-collab ‘Wild for the Night’, waarin de bijdrage van Skrillex overigens zo ver naar de achtergrond is gedraaid dat we ons afvragen of het hier om artistieke vrijheid van A$AP of een gepikeerd management van Skrillex gaat. Voor nu geheel onbelangrijk, want dit is het moment: de Two is helemaal om, overleeft nog twee glijdende r&b-tracks (“for the girls”) en knalt eruit met ‘Peso’. Een bijzonder vermakelijk optreden voor een bijzonder slecht samengestelde setlist.

Wat dat betreft had A$AP beter even met de One-headliner kunnen overleggen. Daar spelen Noel Gallagher’s High Flying Birds een setlist uit het boekje: eigen werk afwisselend met Oasis-klassiekers, in een set die toewerkt naar dat ene onvermijdelijke moment. Want ja, zo boeiend is dat solowerk van Noel in alle eerlijkheid niet. En dus krijgen we ‘Fade Away’ om bij de les te blijven, ‘Champagne Supernova’ als eerste massale meezingmoment halverwege, om tegen het einde af te sluiten met de echte knallers. Daar kiest Noel slim voor het behoorlijk rockende ‘Digsy’s Dinner’, sterke b-side ‘The Masterplan’ en – dan toch – solonummer ‘AKA… What a Life!’. Maar nee, zonder echte afsluiter ‘Don’t Look Back In Anger’, hartstochtelijk meegezongen door een redelijk gevuld strand, zouden we dit optreden nog geen dag herinneren. We concluderen na twee dagen voorzichtig dat de grote headliners nog wat bleekjes afsteken tegen het meer dan goed gevulde dagprogramma, en richten ons alvast op de slotdag.

Tekst: Robin Oostrum
Fotografie: Kasper Vogelzang (Mourn), Melanie Marsman (Death Cab For Cutie) en Chris Stessens (A$AP Rocky) via Best Kept Secret

1 Comment

Comments are closed.