Down The Rabbit Hole 2015: dag 1

Voor wie Rock Werchter te massaal is, vormt Down The Rabbit Hole, gehouden in hetzelfde weekend, een uitstekend alternatief. DTRH (georganiseerd door Mojo) is sinds vorig jaar de gedoodverfde concurrent van het eveneens succesvolle Best Kept Secret in Hilvarenbeek (georganiseerd door Friendly Fire). Toch positioneert het festival, gehouden aan recreatieplas De Groene Heuvels te Beuningen, zich meer als het kleine broertje van Lowlands, gezien de vele randactiviteiten op het bijzonder fraai opgezette festivalterrein. Zo zijn er onder meer hoelahoep flash mobs, een bioscoop in een papier-maché walvis, trampolines, een werkplaats om vlotten te bouwen en het water te betreden, een karaoke cocktailbar te vinden in deze rabbit hole. Wij doken samen met ruim 15.000 andere rabbithollers kopje onder en zagen in totaal een kleine dertig acts op de drie, naar konijnenrassen vernoemde, podia.

Publieksfavoriet Blaudzun mag het festival openen in de Hotot (mainstage, een behoorlijke festivaltent van het maatje Grolsch op Lowlands). Voor de gelegenheid doet Johannes Sigmond dat in een kleurrijk en chique jasje, terwijl hij wat introverter dan normaal speelt. Dat meer terughoudende karakter doet het optreden goed, hoewel de geest van Arcade Fire nog altijd dik boven op de koortjes en zang ligt. Kan in dit folknoir genre ook niet anders, als negenkoppige band inclusief strijkers en blazers. De wat bekendere liedjes als ‘Promises Of No Man’s Land’ en ‘Elephants’ blijken de snoepjes in de set. Extra punten ook voor nieuwe single ‘Powder Blue’, die dankzij een aanstekelijke fluitpartij eveneens op een enthousiaste publieksreactie mag rekenen. In de toekomst horen we graag meer van dit soort momenten, om de setlist van begin tot eind boeiend te houden.

Het kwik in de thermometer loopt inmiddels tegen de dertig graden en terwijl veel mensen een lekker plekje in de schaduw zoeken, herbezoeken wij Death From Above 1979. Drummer Sebastien Grainger geeft de buitenblijvers geen ongelijk: “Who goes swimming after the show? I went swimming before the show. I’ll go swimming after the show. In fact, I feel like I’m swimming now,” verzucht hij. Op Where The Wild Things Are eerder dit jaar viel de show van het hyperactieve discopunk-duo wat in het niets. Deze festivalherkansing is sterker. De beuk mag er flink in en de volumemeters lopen in het rood gedurende harde kneiters als bijvoorbeeld een ‘Cheap Talk’ of ‘Rollin’ and Scratchin’. Qua bezetting is DFA79 verwant aan Royal Blood, maar op de beste momenten speelt deze band een stuk strakker. De liefhebber weten ze zo aardig te bereiken, getuige de biertjes die door de snikhete tent vliegen. Er is zelfs een bescheiden moshpit. Minder zijn de goedkope synthesizers, geluidseffecten en vervormde stemmen die rechtstreeks uit een doosje komen. Toch doet Death From Above precies wat zij moet doen: Down The Rabbit Hole even flink wakker schudden.

zZz is na een pauze van acht jaar terug en dat zullen we weten ook. Na nachtspots op onder meer Paaspop, Where The Wild Things Are en Eindhoven Psych Lab mag het duo een keer een (grote) festivalset bij daglicht spelen. Toch voelt deze duistere psychkraut als het holst van de nacht. Drummer Björn Ottenheim zingt met een stem die veel gelijkenissen vertoont met die van Jim Morrisson, terwijl Daan Schinkel de melodieën en baspartijen voor zijn rekening neemt op zijn orgel. Het swingende ‘When I Come Home’ vormt vroeg in de set een hoogtepunt, later volgt de epische ‘Juggernaut’-trip die uitgesponnen wordt tot een dik kwartier. Eenvormigheid ligt wel op de loer bij zZz, waardoor de set niet altijd even toegankelijk is. Dit compenseren Ottenheim en Schinkel met Amsterdamse nuchterheid. “Zijn er nog mooie meisjes in de zaal? Laat je eens horen dan!” Het kan rekenen op een enthousiast onthaal en de voetjes gaan zelfs voorzichtig van de vloer.

Net als zZz functioneren onze zuiderburen van Oscar and the Wolf als een onvervalste festivalhit. Na hun succesvolle optreden op Pinkpop lijkt de populariteit van Oscar – en frontman Max Colombie in het bijzonder – enkel te zijn gestegen. De show gaat met een enorm glitterdecor, een lasershow en een confetti-kanon ook mee in deze ontwikkeling. Colombie – vandaag eens niet in flamboyant glitterjasje – heeft veel vrouwelijke fans en de set wordt inmiddels woord voor woord meegezongen. Met enkele sierlijke en androgyne danspasjes krijgt hij de volledige Hotot aan het zwaaien, klappen en dansen. Dat is niet gek, want ieder liedje ontstijgt inmiddels de albumversie van debuut Entity. Vooral het dansbare werk en een titelloos nieuw liedje met pompeus partyrefrein gaan erin als zoete koek. Oscar and the Wolf is een geoliede festival-act geworden die hard op weg is om na Stromae het belangrijkste Belgische muzikale exportproduct te worden.

De serieuzere muziekliefhebber uit regelmatig zijn of haar twijfels bij dj-sets. Het blijft altijd de clichématige vraag of wat er op het podium gebeurt ‘live’ te noemen is. Dit geldt ook voor Flying Lotus (pseudoniem van producer Steven Ellison), hoewel zijn set buitengewoon intrigerend is. Flarden bekend werk worden afgewisseld met onbekend materiaal en smaakvolle stukken van artiesten als Kendrick Lamar, Thundercat en Queen (!). Jazz, elektronica en hiphop worden moeiteloos aan elkaar gedraaid. Ook doet hij een blokje live gerapte Captain Murphy-tracks, het alter-ego waaronder Ellison een aardige plaat maakte, wat verrassend goed uitpakt. Ellison zelf staat met zijn draaitafel tussen twee projectieschermen in, waarop spectaculaire en creatieve visuals vertoond worden. Het getuigt van smaak, en het is eveneens een set waar menig dj nog wel een (of meerdere) puntjes aan kan zuigen.

Dat Ryan Adams op Down The Rabbit Hole staat mag best bijzonder heten. Tot voorheen deed de singer-songwriter namelijk louter zaalconcerten in Nederland, afgezien dan van het Groningse indoor festival Take Root waar hij in 2006 speelde. Dat is belangrijk want zijn intiemere werk verdient zoveel meer dan een rumoerig festivalpubliek zoals Adams dat vandaag voor zijn kiezen krijgt. Vandaag speelt de stemmige Adams de nonchalante rocker, met zijn gezicht verscholen achter zijn half lange haar. We krijgen een dwarsdoorsnede van zijn oeuvre voorgeschoteld, waar vooral de wat oudere festivalganger warm van loopt. De uitgesponnen no nonsense gitaarnummers gaan richting de classic rock, en dat levert wisselende resultaten op. Het al vroeg gespeelde ‘Let It Ride’ is bijvoorbeeld niet zijn beste liedje, en krijgt eveneens geen al te sterke uitvoering, terwijl ‘Magnolia Mountain’ evengoed episch is. Het nummer mondt uit in een minutenlange gitaarsolo die met bijzonder veel passie wordt gebracht. Naast een sterke gitarist, is Adams ook een magnifiek zanger. De hese countrysnik die nog altijd door zijn stem galmt in tijdloze prachtliedjes als ‘Dirty Rain’ en ‘Oh My Sweet Carolina’ blijft ontroerend mooi. Toch speelt de afstandelijke Adams vooral een set voor liefhebbers.

Levende legende Patti Smith zit in de herfst van haar carrière en is inmiddels in een periode van terugblikken aangekomen. In 2010 bracht ze het adembenemend mooi geschreven Just Kids uit, een autobiografische tekst over haar relatie met fotograaf Robert Mapplethorpe. Naast schrijfster treedt ze ook zo nu en dan nog op. Er hangt een gezonde spanning in de lucht want op DTRH speelt ze haar onbetwiste klassieker Horses integraal. Je zou denken dat zo’n integrale uitvoering allen maar tegen kan vallen. Niet dus. Ondanks lichte stemproblemen (Smith is verkouden), maakt de zangeres een vitale en energieke indruk. Toegevend: zo vlot als op de iconische hoesfoto van Mapplethorpe ziet de 68-jarige Smith er niet meer uit, maar de Amerikaanse is nog altijd even scherp van geest. Ze voegt nieuwe details aan de liedjes toe, en maakt ruimte om een – helaas, matig verstaanbaar – gedicht voor te dragen. Van tijd tot tijd staat Smith het publiek zelfs flink op te jutten. Zeker tijdens de tweede helft – “we’ve just played side a. So put the needle in… and play side b” – en in het bijzonder tijdens drieluik ‘Land’ verandert de tot de nok toe gevulde Teddy Widder in één grote hossende menigte. Het zegt wat over het materiaal, dat veertig jaar na dato nog niks aan kracht heeft ingeboet. Smith speelt met de branie van een jonge zangeres en die verkoudheid? Niet storend: het geeft de liederen alleen maar een rauwer randje. Wanneer er na Horses nog tijd is voor ‘Dancing Barefoot’, ‘People Have The Power’ en ‘My Generation’ van The Who is het feest compleet. Gaat! Dat! Zien! Eind oktober in Tivoli of Paradiso.

Van sommige artiesten blijft niks over als ze in uitgeklede versie hun liedjes spelen. Dat geldt geenszins voor Damien Rice, die solo en akoestisch optreedt als headliner van de vrijdag. De Ierse troubadour heeft ruim genoeg liedjes om een vol uur te vullen en ontpopt zich direct tot onbetwiste rasartiest. Vanaf de bekende opener ‘Canonball’ is het geluid loepzuiver, dynamisch en gelaagd. ‘9 Crimes’ en ‘I Don’t Want To Change You’ zijn prachtige pieken vroeg in de set, waarin Rice zichzelf opneemt en een voltallige band nabootst. Rice klinkt eerlijk en puur, voor minder doet hij het niet. Knap hoe hij zo emotioneel beladen over komt, maar nergens te dramatisch gaat spelen. Ja, Rice blijkt niet alleen een klasse apart in zijn genre maar vanavond ook in bloedvorm te verkeren. Toch is het niet wat DTRH deze vrijdagavond nodig lijkt te hebben. Rice kampt met hetzelfde probleem als Adams eerder op de avond: hij staat voor een te rumoerig en kletsgraag publiek. Bij Adams was het geroezemoes storend, hier gewoon ronduit brutaal. Het doet veel afbreuk aan een optreden dat zeker uit had kunnen groeien tot een onvergetelijk hoogtepunt. Dat Damien Rice zich desondanks niet uit het veld laat slaan, en tevens een overtuigend optreden gaf, dwingt respect af.

1 Comment

Comments are closed.