Liberation Day

Door Koen Smilde 20 november 2016 Reacties staat uit voor Liberation Day

(VFS Films) Toen bekend werd dat Laibach een concert in Noord-Korea zou geven, vielen de headlines in grofweg twee categorieën uiteen. De ene helft van de berichten hadden het over ‘de eerste westerse band’ die het laatste socialistische bolwerk zou aandoen. Een band die tot dan consequent als Oost-Europees gold in de media, werd opeens het toonbeeld van ‘westers’. De andere helft sprak van de ‘fascistische’ of ‘van fascisme beschuldigde’ rockgroep Laibach. Dat de band zich geenszins als westers beschouwt en al helemaal niet fascistisch is toont de documentaire Liberation Day op boeiende wijze.

In de film staat het bezoek van het Sloveense Laibach aan de Noord-Koreaanse hoofdstad Pyongyang centraal. Na een kort overzicht van de historie van de band zien we hoe de band onder leiding van de co-regisseur Morten Traavik in recordtempo een concert in een prachtig theater op poten zet. De onderneming stuit al snel op de nodige problemen. In de eerste plaats is er een praktische uitdaging, aangezien Noord-Korea op technologisch vlak nog in de jaren vijftig verkeert. Er zijn te weinig kabels, keyboardstandaards ontbreken en de elektriciteit komt via een angstaanjagend dun stekkertje. Dit zorgt vaak voor onbedoeld komische situaties.

Spannender zijn de onderhandelingen met de autoriteiten en de censor. Al bij het welkomstbanket rijzen de eerste problemen. Een hoogwaardigheidsbekleder is ter ore gekomen dat de band als fascistisch te boek staat. Dit is een onoverkomelijk probleem voor Noord-Korea dat zich als antifascistisch beschouwt. Te meer omdat Laibach aanwezig is om de bevrijdingsdag van 1945, de dag dat Noord-Korea zich aan het eind van de Tweede Wereldoorlog aan het Japanse juk ontworstelde, luister bij te zetten. Gelukkig weet Traavik de boel te sussen door te vertellen dat Noord-Korea in westerse media ook vaak valselijk beschuldigd wordt van de meeste gruwelijke dingen en band en staat dus in hetzelfde schuitje zitten.

De productie is hiermee gered, maar de inhoud nog niet. Voortdurend moeten er ad hoc aanpassingen gedaan worden omdat er te veel naakt in de achtergrondprojecties zit, een cover van een Noord-Koreaans lied teveel van het origineel verschilt of omdat het niet duidelijk is of Duitstalige passages wrevel gaan wekken. De kijker krijgt hier een boeiend inkijkje in de machinaties van een totalitair systeem. De voortdurende onzekerheid en besluiteloosheid van de kant van de Noord-Koreaanse organisators zijn het gevolg van de angst om volledige verantwoording voor beslissingen te nemen. Niemand durft iets goed te keuren dat tot een schandaal kan leiden.

Waarom Laibach überhaupt uitgenodigd is blijft onduidelijk. Ook over de motieven van de band blijven de leden wat op de vlakte. Zoals met iedere uitlating van Laibach is ook hier niet duidelijk hoe serieus de mededeling dat ze hopen ‘enlightenment for the people’ te brengen genomen moet worden. Daarnaast is het maar de vraag of die missie hoe dan ook geslaagd is. Voor een geïnterviewde Noord-Koreaanse toeschouwer was de belangrijkste les dat hij nu weet dat ‘zulke muziek bestaat.’

Ivan Novak, spreekbuis van de band, verwoordde de beweegredenen van Laibach in een interview met de Wiener Zeitung misschien het best: ‘We zijn niet naar Noord-Korea gegaan om Noord-Koreanen te provoceren. We zijn naar Noord-Korea gegaan om de rest van de wereld te provoceren.’ En dat is gelukt. Beschuldigingen dat Laibach het autoritaire Noord-Korea met hun bezoek legitimiteit zou verlenen wijst hij resoluut van de hand: ’Zes tours door de Verenigde Staten betekenen niet dat we het regime daar ondersteunen.’

Wellicht is ‘het Westen’ wel het échte publiek van de show in Noord-Korea. Zoals Laibach een nummer van Queen omtoverde in een fascistoïde marslied om zo te laten zien dat grote rockconcerten nauwelijks verschillen van politieke massabijeenkomsten, zo is de performance bedoeld om westerse toeschouwers met hun eigen ideeën te confronteren. Tijdens de Q & A na afloop van de film sterkt Morten Traavik dit vermoeden wanneer hij zegt dat de Scandinavische neiging de kop niet boven het maaiveld uit te willen steken ook een vorm van collectivisme is. De tegenstelling tussen westerlingen en Noord-Koreanen is er een van gradaties, niet van essenties. Ook filosoof Slavoj Zizek, die middels een videoboodschap de band introduceert, hint in deze richting: ‘You will not learn a lot from Laibach about North Korea. You will learn a lot about our own anxieties and hypocrisies.’

Na deze wijze woorden betreedt Laibach zelf de bühne voor een speciaal kort optreden. De band opent met twee nummers uit The Sound Of Music, een film die erg populair is in Noord-Korea. Ondersteund door felle lichten en projecties van Noord-Koreaanse propagandabeelden en Apfelstrudel bromt zanger Milan Fras, afgewisseld door zangeres en toetseniste Mina Špiler, zich door de musicalkitsch heen. Na wat recente nummers volgt de hit ‘Life Is Life’ waar John Heartfields befaamde uit bijlen geconstrueerde hakenkruis de achtergrond siert. Met het afsluitende pompende ‘Tanz Mit Laibach’ laat de band het publiek eens te meer aan den lijve ondervinden hoe opzwepend, meeslepend en mobiliserend popmuziek kan zijn.

Je kunt geen reactie achterlaten.