Pinkpop 2017: dag 1

Door Julien L'Ortye 4 juni 2017 Reacties staat uit voor Pinkpop 2017: dag 1

Pinkpop-baas Jan Smeets liet het zich afgelopen week al eens ontvallen: hij zou het festival eigenlijk wel willen omdopen tot Pinkrock. Toen MOJO het voorstel bij hem neerlegde om voor de komende editie Justin Bieber te laten headlinen, begon hij gelijk te steigeren. Geen sprake van, was zijn eerste reactie. Hij overwoog zelfs om het vetorecht waarover hij beschikt, in te zetten. Uiteindelijk bleek de 72-jarige festivaldirecteur toch te overtuigen, waardoor de meest besproken boeking in bijna vijftig edities een feit werd. Zowel MOJO – 62.000 bezoekers op de Bieber-zaterdag, veruit de drukst bezochte festivaldag – als Smeets kregen gelijk. Maar over dat laatste, later meer.

We trappen de dag af bij Alma, aangekondigd als ‘Noorse’, terwijl ze in feite hartstikke Fins is. Een klein foutje, kan gebeuren. Alma-Sofia Miettinen deed ooit mee aan de Finse versie van Idols, werd daar vijfde, maar is er – vermoedelijk – stukken beter uitgekomen dan haar winnende collega. Debuutsingle ‘Karma’ verscheen vorig jaar al, maar de echte bekendheid kwam pas een half jaar geleden, nadat ze de uitstekende EP Dye My Hair uitbracht. Haar plekkie op Pinkpop is dan ook welverdiend en ze lost de verwachtingen ruimschoots in. Gesteund door een back-upzangeres die overal zo bovenop zit dat je haast zou denken dat het hier een hiphopshow betreft en een band die foutloos (maar braaf) speelt, weet ze het handjevol mensen dat op haar is afgekomen, met gemak in te palmen. Hier en daar staan wat meisjes en jongens die de teksten zonder problemen zachtjes mee zingen, maar Alma maakt vandaag vooral veel nieuwe fans.

Van een groentje naar een stel festivalveteranen, want zo mogen we White Lies tegenwoordig best noemen. De Britten doen Pinkpop dit jaar voor de derde keer in zeven jaar aan en zetten vandaag misschien wel hun beste optreden neer. En dat terwijl hun beste tijd – die van de eerste twee platen – inmiddels toch ver achter hen ligt. De groep rondom Harry McVeigh lijkt de stijgende lijn echter weer in te hebben gezet, getuige het in oktober verschenen album Friends. Het is dan ook goed toeven bij de 3FM Stage, zolang de band maar weg blijft van die verschrikkelijke derde plaat. Dat lijken ze zelf ook prima te begrijpen, want de setlist zit lekker vol met werk van de geweldige debuutplaat. McVeigh ziet er goed uit, klinkt goed, is vandaag goedlachs en heeft zijn vrij ridicule gebaartjes inmiddels afgeleerd, terwijl zijn bandmaten eveneens een hele goede dag beleven. Zou er dan toch nog wat rek in deze groep (en hun carrière) zitten?

Bij wie we ons dat niet hoeven af te vragen is de achttienjarige Declan McKenna, die twee jaar geleden al een door Glastonbury georganiseerde talentenjacht won, waarna meer dan veertig platenlabels voor hem in de rij stonden. Het werd uiteindelijk Columbia, waarop hij het ene na het andere ijzersterke gitaarliedje uitbrengt. ‘Isombard’ bijvoorbeeld, misschien wel de leukste song van het hele Pinkpop-weekend, of ‘The Kids Don’t Wanna Come Home’, of ‘Brazil’, of ‘Paracetamol’, of… U begrijpt het, McKenna is met louter goed materiaal naar Pinkpop afgereisd. Des te spijtiger is het dat er amper 250 man bij Stage 4 staan en wellicht dat het daarom allemaal een beetje lafjes klinkt bij de jonge Engelsman. Het oogt allemaal heel ongeïnspireerd, het geluid is hopeloos slecht afgesteld en het enthousiasme is ook ver te zoeken. Voor iemand met zoveel talent en dito aspiraties is deze show dan ook een gemiste kans.

Over slecht afgesteld geluid gesproken: daar lijdt Crystal Fighters ook nogal onder. In de tent, dit jaar omgedoopt tot ‘Brightlands Stage’, klinkt werkelijk ieder instrument compleet hetzelfde en is het – helaas – een grote warboel van geluiden. Nu zal je de Spaans-Engelse hippies sowieso niet snel op subtiliteit betrappen, maar de muzikale chaos die het vandaag is, is om te janken. Liedjes als ‘Love Is All I Got’, ‘You And I’ en natuurlijk de klassieker ‘Plage’ komen nog wel een béétje over, maar zodra er meer dan twee instrumenten bespeeld worden, vallen ook die liedjes flink in het water. Dan is de interactie ook nog eens niet om over naar huis te schrijven, waardoor er eigenlijk bar weinig goeds over dit optreden valt te zeggen. Laat Crystal Fighters maar lekker op gratis festivals spelen, want dat niveau zijn ze klaarblijkelijk nog lang niet ontstegen.

Nee, dan Ronnie Flex en zijn Deuxperience Band. Het is compleet onbegrijpelijk dat Pinkpop ervoor gekozen heeft om een van ’s lands populairste en beste rappers op Stage 4 weg te stoppen, niet in de laatste plaats omdat de tent vlakbij de ingang volledig uitpuilt. Jongens en meisjes op schouders, volwassen mannen en vrouwen die zich kostelijk vermaken en net als hun kroost alles meeblèren. Niet gek, want Ronnie en zijn geweldige band bouwen hier hét feestje van Pinkpop. Het is mooi om te zien dat de Capellenaar het zelf ook helemaal het einde vindt, met verhalen over hoe hij vanuit buurthuizen nu, jaren later, plots hier beland is. Hartstikke terecht wel, want met liedjes als ‘Energie’, ‘Zusje’ en natuurlijk de Lil’ Kleine-samenwerking ‘Drank en Drugs’, blaast hij de tent met gemak op. Een uur lang schaamteloos brullen en dansen. Heerlijk.

Een uur of wat later is het tijd voor de man waar men – sinds de aankondiging in maart – maar niet over uitgepraat raakt: Justin Bieber. De grootste popartiest van de afgelopen vijf jaar staat op Pinkpop, waarmee de wens van MOJO om pop te laten headlinen, uitkomt. Daar is natuurlijk helemaal niets mis mee, maar om dat dan te doen met Bieber, waarvan het inmiddels algemeen bekend is dat er een heleboel geplaybackt wordt? Met bijvoorbeeld een Beyoncé of Lady Gaga trek je het veld ook prima vol en heb je bovendien waar voor je miljoenen. Hoe dan ook, hij staat er, half vrouwelijk Pinkpop loopt in Bieber-shirts en sommige meisjes zaten al sinds vrijdagavond bij het toegangshek: de Bieber-fever is een feit. En wat zou het dan toch mooi zijn als de Amerikaanse idool, na al dat commentaar van de afgelopen maanden, de haters de mond zou kunnen snoeren. Maar helaas, niets van dat: Bieber mag af en toe dan wel lachen, hij is compleet ongeïnteresseerd, heeft geen flauw idee waar-ie is – ‘is this a festival?’ – en zet bovendien een show neer die met playbacken aan elkaar hangt. Tel daarbij op dat-ie een ontzettend matige band mee heeft en het enige dat nog over blijft, zijn Biebers dansmoves. Die zijn dan wel weer aardig, maar als je bij vlagen niet eens meer de moeite neemt om te verbergen dat je niet live zingt, heb je – op basis van het optreden – hier eigenlijk helemaal niets te zoeken. Laat het de Beliebers niet horen.

Hoe anders is dat bij Martin Garrix, ’s werelds nummer 1 dj (aldus DJ Mag), die sinds zijn monsterhit ‘Animals’ (2013) een leven heeft waar zijn leeftijdsgenoten alleen maar van kunnen dromen. Martijn Garritsen, zoals-ie het in zijn paspoort heeft staan, reist de hele wereld over, draait op de dikste feesten en bewijst bovendien keer op keer zijn publiek ontzettend goed aan te voelen. Hier op Pinkpop, waar EDM de afgelopen twee jaar volledig in het water viel – zie Kygo, zie Avicii – is dat niet anders. Garrix raast als een snoeiharde wervelwind over de zestigduizend aanwezigen heen, speelt voortdurend met het tempo en de emoties, gaat van hard naar zacht en draait en passant ook nog wat verrassende tracks, zoals The Chemical Brothers’ ‘Hey Boy Hey Girl’. De Nederlander laat zien dat het in dit genre echt niet altijd alleen maar hard hoeft en dat je echt niet altijd alle schuifjes maar open moet zetten om te scoren. Sterker nog: het is de subtiliteit in deze set die het zo belachelijk goed maakt. Garrix doet wat Bieber naliet, maar zo heeft de eerste Pinkpop-dag alsnog zijn gedroomde afsluiter.

Je kunt geen reactie achterlaten.