Pinkpop 2017: dag 2

Door Julien L'Ortye 5 juni 2017 Reacties staat uit voor Pinkpop 2017: dag 2

Terwijl de meningen over de ‘headliner’ van een dag eerder behoorlijk verdeeld zijn en een oudere man zich met een fantastisch T-shirt – ‘Bieber was kut… Heel kut.’ – onsterfelijk maakt, is Pinkpop toe aan haar tweede dag. De ‘Rockabye’-dag, zou je kunnen zeggen. Op YouTube ging die track over de miljard views, hier op Pinkpop horen we hem vandaag maar liefst drie keer: bij Anne-Marie, bij Clean Bandit en bij hitkanon Sean Paul. En geen enkele keer komen ze bij elkaar op het podium. Een klein smetje op een uitstekende Pinksterzondag.

Anne-Marie dus, een Engelse zangeres die je onder meer kunt kennen van Rudimental, waar ze, toen een van hun zangeressen vertrok, gevraagd werd om die rol op zich te nemen. Inmiddels staat de 26-jarige blondine op haar eigen benen, dankzij de meer dan prima popliedjes ‘Alarm’ en het recentere ‘Ciao Adios’, waarmee ze heel toepasselijk de set afsluit. Het duurt eventjes voordat ze warm is gedraaid en daardoor lijkt het aanvankelijk nogal wat slapjes, maar zodra Anne-Marie zelf ook de juiste vibe te pakken heeft – stralende zon, verrassend volle festivalweide, rustig uitbrakken – loopt het als een trein. Ondanks dat haar debuutplaat pas later dit jaar verschijnt en veel liedjes daardoor dus (nog) niet te herkennen zijn, krijgt ze de handen met de nodige regelmaat op elkaar. Er valt verder zat op het optreden aan te merken, bijvoorbeeld het beperkte enthousiasme, de minimale interactie en de performance an sich, maar als je als twintiger met slechts twee eigen songs op zak op Pinkpop staat, heb je het toch echt uitstekend voor elkaar.

Dat geldt ook voor Gavin James (die eigenlijk gewoon Gavin Wigglesworth heet). Het leek aanvankelijk nogal een maffe keuze om de jonge Ier als eerste act op het hoofdpodium neer te zetten, maar daarmee gingen we voorbij aan de enorme populariteit die hij in ons land geniet. Niet voor niets staat-ie later dit jaar in de AFAS Live – best een prestatie voor iemand met maar één échte hit op zak. Overigens bewijst de roodharige allemansvriend dat hij shows en optredens van die grote prima aan kan. Tuurlijk, het is allemaal wat gezapig en knallende shows zal James waarschijnlijk nooit gaan geven, maar hij brengt zijn liedjes met het nodige enthousiasme, zingt ze loepzuiver in en heeft een prima band die net scherp genoeg speelt om Pinkpop bij de les te houden.

Minstens net zo populair is James Arthur, die we even later op de 3FM Stage zien. Arthurs verhaal is inmiddels welbekend: hij won op jonge leeftijd X-Factor, kon niet omgaan met alles dat daarna op hem af kwam, raakte in een depressie en deed maffe, homofobe uitspraken en had seks met een minderjarig meisje. Uiteindelijk wist hij zijn depressie te overwinnen en kwam hij ijzersterk terug met het album Back From The Edge. Op Pinkpop wordt in ieder geval snel duidelijk dat het – ondanks zijn misstappen – prima gesteld is met zijn fanschare, want het hele veld staat vol en iedereen zingt toch minstens twee of drie liedjes mee. Het kan allemaal dus wel beklijven, niet in de laatste plaats omdat er ook echt iemand op het podium staat. Een flink contrast met Gavin James bijvoorbeeld, da’s vooral een hele lieve, sympathieke, maar toch ook wat schuchtere jongen, terwijl James Arthur met zijn indrukwekkende strot (en dito tatoeages) toch wat meer indruk maakt. Dat geldt voor zowel zijn voorkomen als voor zijn show, waardoor we gerust het eerste hoogtepunt van de dag kunnen noteren.

Konden we dat ook maar zeggen van Kodaline, waarvan het een groot raadsel is dat zij hier op het hoofdpodium zijn beland. Blijkbaar zijn de Ieren inmiddels gegroeid tot een grote(re) band. Dan red je het natuurlijk niet met alleen maar zielige tranentrekkers, moeten ze gedacht hebben. Daarom hebben ze de overdaad aan pathos maar plaats laten maken voor (nog) meer theatraliteit, want blijkbaar kan het allemaal nog iets grootser, iets pompeuzer. Toegegeven, qua performance is de band wel gegroeid. Een paar jaar geleden stonden ze in de popzaaltjes nog verstopt achter hun instrumenten wat in de microfoon te mompelen, maar anno 2017 durven ze – en dan met name frontman Steve Garrigan – wat meer op de voorgrond te treden. Dat staat ze goed en het is bovendien goed voor hun geloofwaardigheid. Want mán, wat moet het leven toch afgrijselijk kut zijn als je alleen maar zulke songs kunt maken. Het is niet voor niets dat de (al helemaal voor Kodaline-begrippen) vrij opzwepende Kygo-samenwerking ‘Raging’ het hoogtepunt in de set vormt – je bent eindelijk even verlost van de onophoudelijke drang jezelf iets aan te doen. Uit pure verveling én door de eenvormigheid van de nummers. Bah.

Gelukkig zijn er genoeg acts te vinden die weer wat zin aan het leven kunnen geven, zoals Clean Bandit, dat aan de overkant van het terrein op de 3FM Stage staat. Wederom een stampvol veld, maar ja, wat wil je, als je de ene na de andere hit uit poept. ‘Rockabye’ is er dus eentje van, maar wat te denken van ‘Rather Be’ of het meest recente ‘Symphony’. Ze komen vanmiddag allemaal voorbij en worden ook allemaal uitgebreid meegezongen. Met een soort klassieke-muziek-cross-over heeft Clean Bandit dan ook weinig meer te maken; dit is (uitstekende) rechttoe rechtaan-pop. Wat opvalt, is het immense verschil in kwaliteit tussen de (extra) zangeressen, waardoor het af en toe een beetje rommelig en wisselvallig is, maar zodra alle registers worden opengetrokken (en dat gebeurt best regelmatig, is het een overbrugbaar smetje op een prima, zomers dansfeestje.

Terwijl Birdy even later het ongelijk van al haar criticasters bewijst door de Brightlands Stage volledig vol te laten lopen – zelfs langs de bars is amper nog loopruimte (en dat gebeurt niet vaak), vervolgen wij onze tocht richting ‘semi-Limburger’ Charl Delemarre, die op de intieme Garden of Love staat. Qua doorbraak wil het maar niet echt lukken met de sympathieke singer-songwriter, ook de onlangs verschenen EP Charl bracht daar weinig verandering in. Hoe dan ook beschikt Delemarre inmiddels over een aardig arsenaal aan goede liedjes, waarvan-ie er op het fraaie, ontspannen podium een paar speelt. ‘Leef’ bijvoorbeeld, met een mooie rol voor Delemarre’s gitarist Tjibbe Zeeman, die sowieso perfect subtiel speelt. Heel veel nieuwe fans zal dit optreden Delemarre niet hebben opgeleverd, maar hij kan wel mooi Pinkpop van z’n lijstje strepen.

We gooien het vervolgens over een hele andere boeg, want is het tijd voor de op één na meest besproken act van deze editie: Sean Paul. Iedereen dacht dat zijn hoogtijdagen inmiddels wel achter hem lagen, maar niets is minder waar. Alleen al in de afgelopen twaalf maanden was zijn naam verbonden aan drie wereldhits – en die komen vanavond natuurlijk allemaal voorbij. Sean Paul weet precies wat Pinkpop wil; onbezorgd dansen en feesten. Laat dat maar aan de 44(!)-jarige rapper over. We horen ‘Rockabye’ (duh), maar ook ‘Temperature’, ‘Get Busy’, de Dua Lipa-samenwerking ‘No Lie’, ‘Baby Boy’, de track die hij samen met Beyoncé uitbracht. Ja, wat horen we eigenlijk niet. Sean Paul neemt ons mee door vijftien jaar aan popklassiekers. En hoe plat het ook moge zijn, het raakt zijn doel dubbel en dwars.

Je zou precies hetzelfde kunnen schrijven over Green Day, dat inmiddels praktisch bij het Pinkpop-meubilair hoort. Iedere paar jaar zijn Billie Joe Armstrong, Tré Cool en Michael Armstrong weer van de partij en iedere paar jaar is het dezelfde show die we voorgeschoteld krijgen. Met een soort bazooka schieten ze merch het publiek in, er mag een jochie het podium op om gitaar te spelen (en de gitaar erna nog houden ook), ze spelen een zaaddodende medley en zijn weer overenthousiast. Het enige dat veranderd is, is de eindtijd. Plots kappen ze er dan mee, terwijl het net half twaalf is. Een halfuur te vroeg, welteverstaan. Zou dat het halfuurtje zijn dat Martin Garrix gisteren langer door mocht? Hoe dan ook, inhoudelijk is het allemaal natuurlijk niet, maar wie komt er voor inhoud naar Green Day? Niemand dus. En zo zetten ze toch weer gewoon een immens feestje neer. Ook best knap.

Je kunt geen reactie achterlaten.