Pinkpop 2017: dag 3

Door Julien L'Ortye 6 juni 2017 Reacties staat uit voor Pinkpop 2017: dag 3

Nadat zowel Pearl Jam als Foo Fighters dit jaar niet bleken te kunnen (en willen), hebben we tijdens deze editie van Pinkpop te maken met headliners die de meeste festivalgangers al meer dan een keer gezien hebben. Gisteren was dat Green Day, vandaag is dat Kings Of Leon. Waar je bij eerstgenoemde de hoop op nieuwe, verrassende fratsen al lang hebt opgegeven, verwacht je bij de neefjes Followill stiekem nog wel iets extra’s. Maar daarover later meer.

Laten we beginnen bij Midas, de eigenzinnige Amsterdammer die de afgelopen maanden kneiterhard aan de weg aan het timmeren is. Hij speelde al een verdienstelijk kort setje tijdens de perspresentatie van Pinkpop, maar deze middag slaat hij pas echt toe. Stage 4 is wat je noemt nogal waardeloos gevuld en er staan wellicht een man of tweehonderd, maar Midas heeft precies voor ogen waarvoor hij hier staat: zegevieren. En met steengoede liedjes als ‘Where Are We Now’ en ‘TV On Demand’, is het geen verrassing dat hem dat doodeenvoudig af gaat. Op de perspresentatie was hij bij vlagen nog wel eens schuchter, maar hier is hij een open boek. Vanavond staat-ie te moshen bij System Of A Down vertelt-ie, want ‘eigenlijk hou ik van metal’. Dat hij er maar van moge genieten, want met zulke liedjes en optredens zal het niet heel lang meer duren voordat hij zulks niet meer ongezien kan doen.

Op naar Rag’n’Bone Man, die met zijn imposante verschijning en immense populariteit inmiddels allang niet meer zomaar over straat kan. Dankzij monsterhit ‘Human’ knalde de Britse soulzanger uit het niets de hitlijsten in en het moge dan ook geen verrassing zijn dat het veld bij de 3FM Stage bomvol staat. Echter – en stiekem wisten we dat al een beetje, na het beluisteren van de debuutplaat – veel meer dan die topsingle heeft de grote, getatoeëerde man uit Uckfield eigenlijk niet in petto. Ja, een geweldige strot, maar ook die is vandaag niet wat het geweest is, verontschuldigt hij zich. Kan gebeuren natuurlijk, hij klinkt nog steeds bovengemiddeld, maar de rest van de liedjes zijn nogal saai. Er gebeurt niet zoveel in, zijn band speelt onwaarschijnlijk gemiddeld en krijgt nergens de mogelijkheid zich te ontplooien, waardoor het optreden meer iets weg heeft van een kerkdienst dan van een festivalshow in de stralende zon.

Wie zei er ook alweer dat Guus Meeuwis niets op Pinkpop te zoeken had? Blijkbaar denken de Pinkpoppers daar anders over, want de festivalweide staat nog voller dan later op de avond bij Kings Of Leon, wat wel weer genoeg zegt over de immense populariteit van de Brabander. En eigenlijk is het hartstikke logisch en verdiend, wanneer je kijkt naar Meeuwis’ staat van dienst: tal van nummer één-hits, met maar liefst zes nummers vertegenwoordigd in de Top 2000 en jaarlijks een hele rits uitverkochte shows in het Philips Stadion. Pinkpop is dan in feite ook een makkie – en dat straalt er ook vanaf. De routine druipt van het optreden af, het gemak waarmee de zanger de handen voortdurend op elkaar weet te krijgen, is haast verbluffend. Het enige smetje op de set is de doodsaaie jongste single, ‘Wat Zou Elvis Doen’, maar als je zoiets weet te compenseren met ijzersterk gespeelde hits van weleer – ‘Het Is Een Nacht’, ‘Ik Wil Je’, ‘Brabant’, ’t Dondert en ’t Bliksemt’, etc. – mag je gerust spreken van een daverend succes. Heeft-ie toch niet voor niks tien jaar op dit moment gewacht.

Zal er ooit een week voorbij gaan waarin het niet over een mogelijke Oasis-reünie gaat? Ook nu was het weer raak, toen Liam Gallagher werd aangekondigd voor een optreden tijdens het benefietconcert in Manchester en er her en der gefluisterd werd dat Noel wel eens zou kunnen komen opdagen. Niets bleek minder waar, want Liam besloot zijn broer on stage de huid vol te schelden vanwege zijn afwezigheid. Een dag later staat de ene helft van de Gallagher-broers als soloartiest in de Brightlands Stage. Die toevoeging is niet geheel overbodig, want nu hij er een tijd geleden mee kapte als Beady Eye, is Liam nu maar verder gegaan als soloartiest. Wat er afgezien van de naam nu precies veranderd is, is de grote vraag: de liedjes zijn er in ieder geval niet beter op geworden. Wellicht dat-ie – in tegenstelling tot met Beady Eye – daarom nu wel Oasis-liedjes speelt. Een welkome wijziging, want daardoor valt er toch nog genoeg te genieten. ‘D’you Know What I Mean’ bijvoorbeeld, of ‘Morning Glory’ en ‘Slide Away’. Dit zijn ook de enige momenten waarop het publiek enigszins mee kan brullen, te meer omdat deze songs ook uitstekend gespeeld worden. Wanneer je kijkt naar het nieuwe werk, lijkt het erop dat het op muzikaal gebied allemaal wel wat beter is geworden, dus wellicht dat het toch nog iets gaat worden met Liam. Noel zal zich er in ieder geval niet druk om maken, gokken we zo.

Dan op naar Passenger, van wie het, sinds duidelijk is dat Jan Smeets behoorlijk fan van hem is, eigenlijk geen verrassing meer is waarom hij hier opnieuw op het hoofdpodium mag staan. Een nieuwe hit à la ‘Let Her Go’ hebben we sinds zijn vorige passage in 2013 niet voorbij zien komen, maar dat neemt niet weg dat Mike Rosenberg, zoals de Brit echt heet, een van de weinige singer-songwriters is die zo’n hoofdpodium kan vullen. Qua drukte is het dan ook best aardig, maar het heeft er toch ook veel van weg dat Pinkpop niet zo heel veel meer met Passenger heeft. Alleen ‘Let Her Go’ wordt luidkeels en tot ver achterin het veld mee gezongen, af en toe krijgt-ie nog eens wat handen spontaan op elkaar, maar verder ligt het er vrij dik bovenop dat de relevantie inmiddels wel ver te zoeken is. Laat ‘m eerst maar weer eens een of twee topsingles uitbrengen.

Van een matige singer-songwriter-set naar hét feestje van de derde Pinkpop-dag. Waar Ronnie Flex en Sean Paul op respectievelijk dag 1 en dag 2 hun stinkende best deden om heel Pinkpop los te laten gaan, is het op de derde en laatste dag Fat Freddy’s Drop die deze rol op zich neemt. Het wordt er allemaal niet makkelijker op, getuige de halfvolle Brightlands Stage en de moeite die het kost om het brakke, vermoeide publiek los te krijgen, maar als het ze uiteindelijk toch lukt, is de vreugde er zeker niet minder op. De zevenkoppige Nieuw-Zeelandse formatie maakt een soort reggae 2.0, doorspekt met blaasinstrumenten en dubbeats en het zijn vooral de trompetten en trombones die ervoor zorgen dat het tentpodium uiteindelijk helemaal voor de bijl gaat. Het is mooi om te zien hoe Fat Freddy’s Drop hier maar voor één ding gekomen is (en ook niet weggaat voordat dit bereikt is): de hele tent in een euforische stemming krijgen. En als je kijkt naar het ovationele applaus en de vele dansende mensen die vooral in het laatste kwartier te horen en te zien zijn, slagen ze daar dus uitstekend in.

Moet gezegd: de strijd om het grootste feestje van de derde dag is wel een nek-aan-nekrace, wanneer even later op hetzelfde podium staat. De tent staat binnen vijf minuten na aanvang van haar optreden minstens twee keer zo vol als bij haar voorgangers en qua enthousiasme hoeft ze zeker ook niet voor hen onder te doen, maar het publiek lijkt hier zo mogelijk nog stugger. Op nummers als ‘Drum’ en ‘Kamikaze’ wordt amper gereageerd – het Pinkpop-publiek snakt duidelijk naar de ‘echte’ hits. Het lijkt daarom aanvankelijk ook geen geweldig besluit om de Major Lazer-samenwerking ‘Cold Water’ helemaal akoestisch te spelen, ook al blijkt daaruit dat de Deense zangeres ook vocaal haar mannetje staat. Uiteindelijk slaat de vlam alsnog volledig in de pan, simpelweg omdat ze het beste voor het laatste bewaard heeft: zowel ‘Lean On’ als ‘Final Song’ zorgen ervoor dat men dan toch nog los kan gaan.

En dat is maar goed ook, want los gaan hoef je bij het immer statische Kings Of Leon niet te verwachten. Zoals eerder geschreven, hoop je stiekem van harte dat ze, met hun derde passage in zeven jaar, deze keer wel iets nieuws of verrassends in petto hebben. Niets blijkt echter minder waar, want afgezien van wat wisselingen op de setlist, is het weer dezelfde, strak geregisseerde en vooral saaie bende. Dat blijft verwonderlijk, helemaal als je kijkt naar de songs die de familie Followill de afgelopen vijftien jaar geschreven heeft. ‘Taper Jean Girl’, ‘Fans’ en ‘On Call’ zijn inmiddels wezenlijke klassiekers te noemen, terwijl ze met ‘Sex On Fire’ en tranendal ‘Use Somebody’ toch ook twee ‘recentere’ topnummers in petto hebben. Daarmee heb je al een kwart van de setlist gevuld en op slechte tracks zijn ze dan ook niet te betrappen, maar er gebeurt simpelweg helemaal niets. Ze hebben zich niet ontwikkeld, er is (nog steeds) totaal geen interactie, geen praatje, geen leuke gebbetjes of gebaartjes. Nee, niets van dat. Kings Of Leon is nog steeds dezelfde band als ze in 2011 en in 2013 waren: veelal steengoed op plaat, maar dodelijk saai op de planken.

Je kunt geen reactie achterlaten.