Lowlands 2017: dag 2

Door Julien L'Ortye, Robin Oostrum en Daniël de Borger 20 augustus 2017 Reacties staat uit voor Lowlands 2017: dag 2

Is er een betere act om je festivaldag mee te openen dan Ronnie Flex? Wij denken van niet. De megaster uit Capelle aan den Ijssel trapt zo rond enen de zaterdag in de Bravo af, en hoe. Hij is nog steeds zo lief, zo schattig, zo beschaafd en bovenal: zo waanzinnig goed. Het lijkt allemaal weer heel makkelijk, Ronnie en zijn Deuxperience Band, maar dat ligt vooral aan zijn talent én dat van zijn band. Ondanks dat ze pas een ruim jaartje in deze opstelling touren, is het een geoliede machine die onwijs scherp speelt. Van Ronnie’s achtergrondzangeressen tot aan de drummer, van de Boef-track ‘Come Again’ tot aan monsterhit ‘Drank en Drugs’ – het is allemaal van een machtig hoog niveau. Als-ie dan op een gegeven moment ook nog de ‘meneer van de lichten’ met U aanspreekt, smelt je helemaal. Ronnie onderstreept weer eens waarom hij op dit moment de koning van de Nederlandse muziekscene is.

ll17_editors_2

Editors

Voor de uitslapers een lekker moment om de zaterdag mee te beginnen: de industriële post-punk van Husky Loops, iets na tweeën in de Lima. Klinkt een beetje als Soulwax en Millionaire, en klinkt eigenlijk ook als een genre dat zo’n vijftien jaar geleden (meer dan nu) in de mode was. Maar dat geeft weinig bij het sympathieke drietal. Fris bandje, dat de bassgrooves lekker volgooit met snerpend hoge gitaarlijntjes, staccato drums en punky zang. Dat Husky Loops niet genoeg nummers heeft voor drie kwartier,  vergeven we ze in dit stadium van hun nog albumloze carrière makkelijk: sterke liedjes als ‘Tempo’ en vooral ‘Fighting Myself’ beloven alvast een fijne toekomst. (RO)

Goed, vlot door naar de India, waar de jonge honden van Black Foxxes geprogrammeerd staan. Stevige postpunkliedjes met ruwe randjes, precies zoals ze horen te zijn. Zanger Mark Holley heeft bij vlagen wel iets weg van Bono, met de manier waarop hij zingt, alleen dan twintig jaar jonger en met een maf mutsje op. Ultieme hoogtepunt in de set is de titeltrack van het album: ‘I’m Not Well’, dat met zoveel bezieling erin wordt gevlamd dat je nekharen ervan overeind gaan staan. Het is best verwonderlijk hoe de Engelsen het voor elkaar krijgen om slechts met drie man zo’n bak herrie open te trekken, helemaal als je hoort hoe snoeihard het er bij vlagen aan toe gaat. Gelukkig worden de eenvoudige, maar strakke melodieën ook live niet uit het oog verloren, waardoor het vooral een hele goede show is.

LL17_CanshakerPi

Canshaker Pi

Boris van Canshaker Pi begint lekker aan het optreden in de X-ray: binnen tien seconden springt een snaar van zijn gitaar. Roadie Pip Blom (!) krijgt wat vragende blikken, maar het nummer is al begonnen en er zit niks anders op: snel je andere gitaar her-stemmen en doorgaan. Doorgaan! Dat kun je aan het viertal en hun Yoda-mascotte wel overlaten. Binnen no-time staat de X-ray op zijn kop met de Pavement- en Pixies-achtige slackerpop. Nieuwe singles als ‘The Indie Academy’ worden daarbij net zo enthousiast ontvangen, meegezongen en besprongen als “oudjes” ‘Shaniqua’, ‘Jals’ en ‘The Naked Flower of the Wiz’. Het mag inmiddels al een festival- en clubseizoen bekend zijn, maar ook hier is die gouden wisselzangformule tussen de frontmannen weer een selling point van formaat. Het wordt en passant bij elke show duidelijker waarom Stephen Malkmus (Pavement) zo onder de indruk was van deze jonge gastjes en hun plaat wilde produceren. Canshaker Pi believes in your heart, wij geloven in Canshaker Pi. (RO)

Konden we maar hetzelfde zeggen van Skepta, die even later in de Bravo de boel staat te verstieren. Qua interactie doet hij het – zeker voor een hiphopact – onwijs goed, maar muzikaal is het allemaal net iets teveel van hetzelfde. Want laten we eerlijk zijn, Skepta mag samen met onder meer Stormzy dan wel aan kop van het grimewereldje lopen, maar heel boeiend is het nou ook weer niet allemaal. Het zijn veelal inwisselbare liedjes – behalve ‘Shutdown’ en Young L.O.R.D.-track ‘It Ain’t Safe’ dan, met zwaailichten op de schermen – waardoor het je al heel snel heel erg tegen gaat staan. De nieuwe, ‘mintgroene’ tent draait er echter haar hand niet voor om – afgaande op hoe los ze gaan, lijkt Skepta hier weinig fout te kunnen doen. Maar ja, het blijft saai.

LL17_TheShins

The Shins

Vijf jaar geleden was het een stuk rustiger bij The Shins, toen nog in de Grolsch. Niet dat de band rond James Mercer in de tussentijd haar beste werk uitbracht, maar diezelfde tent – tegenwoordig onder de naam Heineken – is vandaag goed gevuld voor de harmonieuze popliedjes van de sympathieke Amerikanen. Maar ja, het is wel nog altijd diezelfde band die op de slaapkamer nét wat lekkerder wegluistert dan met z’n allen in de festivaltent. Zeggen we althans op voorhand. Want vandaag klopt het een stuk beter dan vijf jaar terug: begonnen wordt slim met een kwartet aan hits, waarna de fans getrakteerd worden op de net zo fraaie deep cuts. Om tot slot iedereen te omarmen met een weergaloos rijtje liedjes-liedjes: een uitgekleed ‘Phantom Limb’ heeft weer even het mooiste meedein-refrein van de dag, ‘New Slang’ en ‘Sleeping Lessons’ neuriën nog minutenlang na. The Shins vergen doorgaans net iets te veel concentratie voor de gemiddelde festivalband, maar zetten zich met dit optreden wel weer eens verdiend (terug) op de kaart. (RO)

Dan de festivalvreters van Bastille, dat zo langzamerhand een beetje een soort Will & The People aan het worden is, wat betreft de frequentie waarmee ze in ons land staan. Na Pinkpop doet de band ook vrolijk Lowlands aan, terwijl ze hier eigenlijk niets te zoeken hebben. Goed, het is fijn dat ze in de Alpha staan – iedere andere tent hadden ze compleet laten uitpuilen – maar heel leuk is het weer niet. De liedjes zijn ongekend eenvoudig, zanger Dan Smith is weer eens enorm sympathiek en leuk en de (bij vlagen mierzoete) kauwgompop gaat er overal als zoete koek in. Single ‘Of The Night’ – héél subtiel gebaseerd op Snap’s ‘Rhythm Is A Dancer’ – is misschien wel het hoogtepunt van de set, zeker afgaande op de publieksreactie. Dat zegt ook wel weer genoeg over waarom ze hier vrij misplaatst zijn, want behalve monsterhit ‘Pompeii’ wordt er niet echt heel erg gereageerd.

LL17_London Grammar

London Grammar

Gelukkig is er even later London Grammar, dat in hun hoogtijdagen, zo’n vier jaar geleden moest afzeggen vanwege stemproblemen bij zangeres Hannah Reid. Een jaar later was er vervolgens de revanche en nu, met een (zeer fraaie) nieuwe plaat op zak, staan ze er weer. In de Bravo, welteverstaan, met een show van stevige proporties. Toen de Engelsen een paar jaar geleden in de AFAS Live – toen nog, vrij prettig, de HMH genoemd – stonden, gaf Reid het na nog geen uur al volledig op, omdat haar stem het simpelweg niet trok, maar een paar jaar (en een heleboel stemtrainingen, vermoedelijk) later, loopt het allemaal stukken soepeler. ‘Strong’ is hartstikke raak, de Kavinsky-cover ‘Nightcall’ is een schot in de roos, maar ook het nieuwe ‘Oh Woman Oh Man’ knalt er vol in. Ja, op deze manier hoeven we ons geen zorgen om de continuïteit van London Grammar te maken. Hoogtepuntje.

Weer snel terug naar de Alpha voor Alt-J, wiens fanschare de afgelopen jaren alleen maar explosiever lijkt te groeien. Het staat goed vol bij de grootste tent van het festival, dat ook nog eens een band te zien krijgt die op de toppen van haar kunnen speelt. Niet eerder speelden de mannen uit Leeds zo’n sterke (festival)set: alles klopt vandaag. Zo te zien, is er stevig geïnvesteerd in de lichtshow. Nu wisten we al dat de nieuwe Alpha visuals veel beter kan dragen dan voorheen, maar dat kwam nog niet heel erg naar voren. Tot nu. Nieuwe plaat Relaxer is alleraardigst, kakt her en der ook een beetje in, maar daar merk je live dus helemaal niets van. Single ‘In Cold Blood’ zit er bijvoorbeeld al helemaal in, zowel bij het publiek als bij de band zelf, maar ook (festivalklassieker) ‘Mathilda’ is nog steeds een schot in de roos. Waar het voorheen nog wel eens saai kon zijn bij Alt-J – zie Pinkpop, een aantal jaar geleden – is de band inmiddels verworden tot een retestrak apparaat dat op ieder festival een weide plat kan spelen. En da’s best knap, zeker met zulke liedjes.

LL17_AltJ

Alt-J

Nog één keer terug naar de Bravo dan maar, voor weer zo’n festivalmastodont: Elbow. De band rondom oppergoedzak Guy Garvey bracht eerder dit jaar met Little Fictions alweer haar zevende album uit en ondanks het gebrek aan hits à la ‘One Day Like This’ of ‘Grounds For Divorce’, werkt ook deze plaat weer als een trein. Hoe dan ook, de Mancunians hebben ook eigenlijk helemaal geen nieuw werk nodig om op een festival te staan, zo blijkt wel als je de Bravo voltallig eerstgenoemde monsterhit hoort mee blèren, a capella en wel. Het is natuurlijk ook hét festivalanthem bij uitstek, maar Garvey krijgt het voor elkaar om het toch nog effe wat meer vorm te geven. Lekker het publiek los zwepen, lekker iedereen laten mee zingen, het is de ultieme feelgoodact van het festival. Hoe eenvoudig ook, zoiets heb je soms ook gewoon nodig.

LL17_Elbow

Elbow

Op naar headliner Editors dan maar, waar we gelijk een nadeel aan de nieuwe Alpha ontdekken: hij is te kort. Het komt met bakken uit de hemel, vrijwel het hele concert lang, waardoor het gros van het Lowlands-publiek zeik- en zeiknat wordt. Om niet te zeggen: doorweekt. Dit flikte de band een aantal jaren geleden op Best Kept Secret ook al, in de stromende regen spelen, maar het is het zo ontzettend waard. Ook nu weer, met uitstekend nieuw materiaal, dat weer veel goede hoop voor de aanstaande plaat biedt. Zo’n festival als Lowlands headlinen, ’t is inmiddels een koud kunstje voor de band rondom Tom Smith. Het gemak druipt er werkelijk vanaf, zonder écht routineus over te komen. Het zijn de karakteristieke fratsen van zanger Smith die ervoor zorgen dat het allemaal oprecht is en blijft, waardoor het samen met fenomenale liedjes als ‘Papillon’, ‘A Ton Of Love’ en oudje ‘Smokers Outside The Hospital Doors’ een onwaarschijnlijk gave show is. Echt verrassend is het haast niet meer te noemen, maar: Editors als headliner op je festival neer zetten is een garantie voor succes. Foutloos, oprecht en vooral steen- en steengoed.

ll17_editors-new

Editors

Fijn hoe Lowlands headliners tegenover elkaar durft te programmeren die elkaar nauwelijks bijten. Want Vince Staples een paar uur eerder in de Alpha of Heineken, dat had bij daglicht niet gewerkt. Nu in een mede door de regen stampvolle India, tegelijk met Editors dus, zien we bij vlagen de sterkste hiphopshow van het weekend. Deels dus omdat het inmiddels donker is: Vince staat namelijk als een schaduw tegen een muur van oranje licht, solo op het podium. De Kanye-vergelijking is snel weg als al vroeg ‘Bagbak’ door de India knalt en de tent tot achterin op en neer deint. De beats staan lekker hard, Vince oogt zelf – voor zover we dat van zijn schaduwverschijning kunnen aflezen – quasi-nonchalant. Geluid goed, Vince goed, toon gezet, maar toch lijkt zo’n wereldster op een pakweg Best Kept Secret beter tot zijn recht te komen dan hier op Lowlands. Gek hoe het rond ‘Senorita’ halverwege, de regen is inmiddels gaan liggen, aardig leger raakt in de India. Het kakt wat in, op sommige nummers als Summertime 06-klassieker ‘Lift Me Up’ laat Vince wel erg veel over aan de backing track, maar het slot is dan weer ijzersterk. Met ‘Yeah Right’, ‘Big Fish’ (met visuals van, jawel, een grote vis) en ‘Norf Norf’ stuurt Vince ons weer energiek de nacht in. Yeah right yeah right yeah right! (RO)


Tekst:  Juliën L’Ortye en Robin Oostrum
Fotografie:  Daniël De Borger

Je kunt geen reactie achterlaten.