Lowlands 2017: dag 3

Door Julien L'Ortye, Robin Oostrum en Daniël de Borger 23 augustus 2017 Reacties staat uit voor Lowlands 2017: dag 3

Het is vroeg bij de les zijn vandaag, want om 12 uur staat Hurray for the Riff Raff al in de India. De laatste jaren gingen er nogal wat optredens niet door, met als gevolg dat ze nu drie sterke studioplaten op rij op zak heeft en onze interesse op een hoogtepunt ligt. Dat ze op ‘Lake of Fire’ na louter nummers van The Navigator (2017) speelt is eigenlijk wel logisch: de Puerto Ricaanse Alynda Segarra komt hier om een politiek statement te verpakken in rootsy folkrock, en doet dat zonder belerend over te komen. Prachtig zijn vooral ‘Rican Beach’ halverwege en gedroomde afsluiter ‘Pa’lante’, haar eigen ‘A Day in the Life’-waardige suite over vooruit gaan in het leven. Opeens heeft dan zelfs een Bruce Springsteen-cover weer betekenis. Klein kritiekpuntje wel: die drummer hoeft echt niet alles vol te roffelen hoor. (RO)

Dan even gluren bij Bruxas in de X-Ray, dat best een leuke, boeiende show in huis heeft. Het is een aaneenschakeling van exotische geluiden, gebracht door een bont gezelschap, met allerhande onorthodoxe instrumenten. Er komt niet of nauwelijks zang bij kijken, wat op zich best al opvallend is, wanneer je je bedenkt dat het hier om het nieuwe project van zanger Jacco Gardner gaat, die samen met zijn drummer Nic Mauskovic vorige maand de EP Más Profundo uitbracht bij het hoog aangeschreven Dekmantel-label. Je hoort ook wel waarom ze het gelijk met hun debuutschijf zo ver geschopt hebben, want de potentie druipt hier vanaf; met deze gevarieerde melange van onder meer Afrikaanse, Braziliaanse, funk –en jungleinvloeden kan Bruxas op zowat ieder enigszins openminded muziekfestival terecht.

LL17_Bruxas

Bruxas

Tijd voor wat pathos op de zondagmiddag. De zon is nota bene net gaan schijnen, maar zeker niet in het hoofd van Finn Andrews en The Veils. De zoon van de zanger van XTC knalt er maar meteen in met een stemmig nummer over hel en verderf, inmiddels al bijna twee decennia lang Het Thema van de Nieuw-Zeelands/Britse band. Altijd muzikaal sterk en gezegend met die fenomenale strot van Finn, maar vandaag… wil het gewoon niet zo’n indruk maken. We snappen dat er een nieuwe plaat te promoten is, we snappen dat je niet bij het zoveelste Nederlandse optreden weer alle bekende nummers van stal haalt. Maar we missen wel echt wat pareltjes als ‘Lavinia’, ‘The Tide That Left’, ‘The Leaver’s Dance’… noem al die van pijn verwrongen ballades maar op. Vandaag blijft het op een uitschieter als ‘Calliope’ na te veel bij nieuw, vlakker materiaal dat maar sporadisch een snaar in de India raakt. En dat valt van zo’n ervaren band toch tegen. (RO)

LL17_The Veils

The Veils

Tegenvallen doet Halsey daarentegen absoluut niet, ondanks de hopeloos gevulde Alpha. Laten we beginnen met ons af te vragen wat de Amerikaanse megaster in spé in vredesnaam in de grootste tand van het festival te zoeken heeft, want dit is wel een beetje pijnlijk. Ashley Nicolette Frangipane, zoals de zangeres in 1994 te wereld kwam, lijkt hier zelf echter nog het minste last van te hebben, want haar enthousiasme is er niet minder om. Haar (zang)kwaliteiten overigens evenmin, want het gros van de concurrentie in de moordende popdivawereld waarin zij verkeert, kan hier nog wel eens een puntje aan zuigen. Ze staat hier dan ook met een show die zo de grotere zalen (lees: AFAS Live, zelfs de Ziggo Dome) in kan, met die stevige verhoging op het podium voor haar band en de CO2-kanonnen die om de haverklap voor haar neus tekeer gaan. De lichtshow – die overigens totaal niet tot zijn recht komt in deze Alpha, net als bij Alt-J een dag eerder – mag er dan ook nog eens wezen, waardoor we best mogen concluderen dat Halsey heel soepel haar weg naar de top aan het bewandelen is.

LL17_SfeerWasmachine

Sfeer

Tijd voor hele andere koek, want At The Drive-In staat in de Bravo. Hier is het ook al niet bepaald druk te noemen, dus staat iedereen dan bij SMIB en First Aid Kit? Anyway, degenen die hier niet zijn, missen ook weinig. Dat heeft voornamelijk te maken met het slechte geluid waar de acts in de Bravo al het hele weekend onder te lijden hebben – met uitzondering van de elektronische artiesten. Best zonde te noemen, want de post-hardcore van deze band, dat al bijna net zo oud als het festival is, verdient veel meer deze middag. Zéker na de comeback die ze vorig jaar maakten en die bekroond werd met nieuwe plaat inter alia, maar het is ze vandaag niet gegund. De scherpe riffs en het stevige drumgeram gaan compleet ten onder in de bak herrie waar tot de geraffineerde instrumentatie nu verwordt. Eeuwig zonde.

LL17_ATDriveIn

At The Drive-In

Nog zo’n tegenvaller, misschien wel dé tegenvaller van de dag: Car Seat Headrest. Apathisch en van alle levenslust ontdaan staat Will Toledo op het podium, zijn mompelzang afgewisseld met knettervalse uithalen. In sneltreinvaart wordt afgetrapt met knallers ‘Vincent’ en ‘Fill in the Blank’, al is afgeraffeld een betere omschrijving. Op de schitterende W.B Yeats-ode ‘Maud Gone’ missen we vervolgens echt dat gitaarthema, dat Will pas tegen het einde verveeld een keer laat galmen. De valse start wordt nog deels goedgemaakt met een mooi opgebouwde versie van ‘Drunk Drivers/Killer Whales’. Direct ontstaat er iets van reuring voorin de India, die al snel weer omslaat in verveling als twee nieuwe nummers net zo doodslaan als het bekendere werk van de mannen uit Seattle. Nee, dat was niet best. (RO)

LL17_Death Grips

Death Grips

Qua niveau is het deze middag sowieso niet bepaald geweldig, want even later valt ook Flume een beetje tegen. Moeilijk saai, als we heel eerlijk zijn. Het is ongeïnspireerd en dodelijk eenvoudig allemaal, niet in de laatste plaats omdat de Australiër alleen maar zijn eigen producties (of remixes, bijvoorbeeld van Lorde’s ‘Tennis Court’) laat horen. Met DJ’en heeft dit dan ook niets te maken, maar goed: Flume pretendeert dat dan ook niet echt te zijn. Hij doet ook maar wat en met dat lage tempo, de typische, eigenzinnige drop en de hele trage, simpele melodieën, schiet-ie wel al bijna vijf jaar lang voortdurend in de roos. Echter, zet je dit af tegen zijn show op bijvoorbeeld Pitch, een aantal jaren geleden, is het wel vrij duidelijk dat bij de twintiger zelf de interesse en inspiratie flink is weg gegleden. Misschien tijd voor een pauzetje?

LL17_CypressHill

Cypress Hill

We snakken vervolgens naar iets van een wat hoger niveau en worden ook gelijk op onze wenken bediend. Niemand minder dan Nicolas Jaar staat in een uitpuilende Bravo, waarbij gelijk wordt bevestigd wat iedereen al het hele weekend zegt: het geluid in de tent is vooral geschikt voor elektronische muziek. Goed geluid of slecht geluid, voor deze fenomenale, haast buitenaardse set van de Chileense Amerikaan – nog steeds pas zeventwintig(?!) – maakt het bij wijze van spreken eigenlijk ook heel weinig uit, mits je inmiddels een beetje weet wat je kunt verwachten, that is. Makkelijk zal hij het je namelijk niet maken, onze Nico. Hij start met een hele rits aan duisterde beuktechno, terwijl de lichten in de Bravo stevig gedimd worden, gaat vervolgens over op een hele rits aan blaasinstrumenten, maar als je dan eenmaal helemaal murw gebeukt bent door de kakafonie aan geluiden waarmee hij vanaf zijn booth de duizenden aanwezigen in het gezicht slaat, is de beloning er wel echt naar. Het is het nummer waar iedereen voor komt, waar iedereen naar snakt, maar ook het nummer dat het gros niet eens meer mee maakt, omdat ze het simpelweg niet vol hielden: de titeltrack van zijn debuutplaat ‘Space Is Ony Noise If You Can See’. Een bekroning op een compleet verwarrend, maar tegelijkertijd euforisch optreden.

LL17_NicolasJaar

Nicolas Jaar

Het is daarna wel een flinke overgang als we bij de Alpha opeens naar de toegankelijke – en inmiddels ook stevig verguisde – baarden van Mumford & Sons staan te kijken. Misschien wel de laatste headlinerwaardige band die je hier had verwacht, na het misbaksel van een laatste plaat (Wilder Mind). Sterker nog: aan alle kanten werden ze afgeschreven en tegelijkertijd voorbijgeraasd door andere bands, waardoor het leek alsof we niets meer van de Engelsen zouden horen. Niets blijkt minder waar, want wat blazen Marcus Mumford en zijn mannen hun carrière vanavond een potje nieuw leven in, zeg. Het is net alsof ze weer in hun eerste jaar de kleinere zalen moeten zien te overtuigen, alleen dan met een stuk meer zelfvertrouwen dan waarmee ze toen te zien waren. Het enthousiasme druipt er weer vanaf, de liedjes klinken beter dan ooit en zelfs het feit dat ze maar liefst vijf nummers van die laatste plaat spelen, kan de boel vanavond niet verstieren. Waar Nicolas Jaar je laatste Lowlands-energie compleet uit je zoog, zorgt Mumford & Sons ervoor dat alles weer in één klap wordt aangevuld – de schoonheid van festivals in een notendop. Als even later dan ook nog eens de Zweedse schoonheden van First Aid Kit het podium op worden gehaald voor een prachtige, meerstemmige versie van ‘Awake My Soul’, is het feest helemaal compleet. En wie dat een paar maanden geleden voorspeld had, hadden wij eerlijk gezegd voor gek verklaard.


Tekst:  Juliën L’Ortye en Robin Oostrum
Fotografie:  Daniël De Borger

Je kunt geen reactie achterlaten.