London Calling 2017 #2: dag 1

Door Robin Oostrum 28 oktober 2017 Reacties staat uit voor London Calling 2017 #2: dag 1

25 jaar London Calling wordt deze herfst gevierd met een van de spannendste line-ups van de laatste jaren. Met namen als Vagabon, Alex Lahey, (Sandy) Alex G, Marlon Williams en Hurray For The Riff Raff – én een gratis middagprogramma op dag 2 – verwacht je op voorhand een aardig gevuld Paradiso. Al blijft het zonder headliner-namen als Wild Beasts (2016) of Kurt Vile (2015) op dag 1 nog prima toeven in Paradiso, waar het makkelijk van Grote naar Kleine Zaal te verplaatsen is.

Afgaand op de speeltijd in het blokkenschema mag Pinegrove zich headliner van de vrijdagavond noemen. Vijftig minuten krijgt het vijftal van Evan Stephens Hall, die dat nog slim uitrekt door de soundcheck in de set te betrekken en daarin nummers te spelen die niet op de setlist staan. Wel op de setlist staan vooral nummers van Cardinal (2016), de doorbraakplaat na een decennium aan demo’s, liveversies van demo’s en – op het in 2015 verschenen Everything So Far – zelfs een verzameling van demo’s. Het Built to Spill-gevoel voor catchy, net-niet-te-emo-liedjes over vriendschappen wordt naar een hoger plan getild door de ijzersterke teksten van Hall. Knap ook hoe de band – hier met een verschil in intonatie, daar met een toevoeging aan toetsen of een subtiele versnelling van de drums – binnen nummers speelt met tempo en vaart, als om extra nadruk te leggen daar waar nodig. Met zijn ontwapenend eerlijke uitstraling heeft Hall de sympathie van Paradiso op zijn hand: er wordt belangstellend naar twee nieuwe nummers geluisterd, hier en daar hartstochtelijk meegezongen op fanfavorieten ‘Old Friends’ en ‘Size Of The Moon’, en na de afsluitende Carole King-cover nog minutenlang nagepraat in de zaal zelf, waar Hall direct na het slotakkoord in verdwijnt. Headlinerwaardig optreden van de mannen en vrouw uit New Jersey.

Voor de andere hoogtepunten moeten we vanavond vooral in de Kleine Zaal zijn. Nog meer jaren negentig-invloeden, slacker-gitaren en een frontman met warrig haar bij Gold Gonnections, project van voormalig Car Seat Headrest-gitarist Will Marsh. Will Toledo produceerde zelfs de eerder dit jaar verschenen debuut-ep, waarop hij zelf de drums speelde. Geen Will Toledo vanavond in Paradiso, wel ongeveer diezelfde uitgesponnen sound: veel nummers zijn van het type rustig opbouwen, emotioneel eindigen. En eerlijk gezegd: Gold Connections oogt een stuk verder dan de op het podium zo worstelende band van Toledo. Het doet uitkijken naar een debuutplaat met wat meer sterke nummers, al misstaat ook de vanavond lekker losjes uitgevoerde Grateful Dead-cover (‘Friend Of The Devil’) de band niet.

De prijs voor beste timeslot gaat vanavond naar Downtown Boys. Ook al in de Kleine Zaal, direct na het veel te platte effectbejag van Cabbage in de Grote Zaal. De meest onontkoombare vergelijking van de avond is trouwens ook voor het vijftal uit Rhode Island: want geëngageerde punk mét een saxofoon én een zangeres die zich met enige regelmaat hard maakt tegen racisme en genderongelijkheid… dan zijn de Britten van X-Ray Spex nooit ver weg. Ook het publiek is nooit ver weg vanavond, met een opvallend lieflijke moshpit die gedwee drie kwartier heen en weer springt op de vlijmscherpe teksten die Victoria Ruiz uitspuwt, terwijl haar bandgenoten een post-punkmuur neerzetten waaruit hier en daar een gitaarlijn probeert te ontsnappen. De call-and-response-refreinen (“A wall is a wall / a wall is just a wall / and nothing more at all!”), een kolderiek crowdsurfmoment en een ongeplande Bruce Springsteen-toegift doen de rest.

En dat terwijl de avond nog wat tegenvallend begon met Vagabon, die op Infinite Worlds eerder dit jaar liet horen scherpe DIY-rock te kunnen combineren met twintiger-struggles over eenzaamheid en relaties, maar ondertussen ook een rolmodel wil zijn voor (donkere) vrouwen en meisjes. Voor die scherpte moet Lætitia Tamko het vooral van haar stem en gitaar hebben, blijkt al direct bij opener ‘Cold Apartment’. Jammer dat haar twee bandgenoten die nummers zó bombastisch inzetten dat juist die kracht ondersneeuwt – een ontboezeming over een stukgelopen relatie in ‘Fear & Force’ schuurt met zijn four-to-the-floor-beat nu akelig dicht langs ‘I Will Wait’ van Mumford & Sons. Aan Tamko de taak om daar nog meer bovenuit te steken en zo’n nummer naar zich toe te trekken, maar dat zit er vanavond niet in: door technische problemen raakt ze steeds geïrriteerder en zien we haar meer om zich heen kijken dan naar het publiek. Daar zit meer in.

Interessanter is de rijk gearrangeerde britpop van Insecure Men, waar ooit Sean Lennon nog een steentje aan bijdroeg. Denk bij die omschrijving trouwens niet aan vrolijke tweepop à la Belle & Sebastian. Hoorbaarder zijn de invloeden van leden van Fat White Family en Childhood, vanavond wel aanwezig op het podium. Frontman Saul Adamczewski horen we weer ouderwets rare teksten spuien over pornografische teddyberen, al zagen we hem zelden zo interessant begeleid als vanavond: drie toetsenisten, een saxofoon en zelfs een xylofoon dragen op de beste momenten bij aan een prettige, bijna laidback freakiness. Al mag Adamczewski, zeker als het er wat rustiger aan toe gaat dan we doorgaans van Fat White Family gewend zijn, nog een graad of drie zuiverder zingen.

Het verjaardagsfeest is alvast sterk begonnen, en dan moet die welhaast overdadige zaterdag nog komen. We kijken er, met het zweet na Downtown Boys nog op het voorhoofd, alvast watertandend naar uit.

Je kunt geen reactie achterlaten.