Marlon Williams @ EKKO, Utrecht

Door Leonie Poot 29 april 2018 Reacties staat uit voor Marlon Williams @ EKKO, Utrecht

Met twee uitverkochte zalen in een maand tijd is het ogenschijnlijk tot Nederland doorgedrongen: Marlon Williams is een artiest om in de gaten te houden. De talentvolle Nieuw-Zeelander speelt vanavond een broeierige set, niet in de laatste plaats omdat het ventilatiesysteem in EKKO kapot is. Met een mooie combinatie covers, oud –en nieuw werk is het genieten (en zweten) geblazen.

Williams begint zijn set met het van zijn debuutplaat afkomstige ‘When I Was A Young Girl’, dat de kwaliteiten van Williams’ stem mooi weergeeft. Een kenmerkende kopstem met vibrato, van hard naar zacht. Maar hoe mooi ook, zonder band zou de muziek van de Nieuw-Zeelander een stuk minder interessant zijn. De gelaagdheid in arrangementen en de veelvuldige meerstemmigheid in zang zijn de ware sterren vanavond. Zo vormt de wisselwerking in zang tussen Williams en zijn band op ‘Can I Call You’ een van de hoogtepunten van het optreden.

Door het falende ventilatiesysteem en de nodige rook gaat tijdens ‘Dark Child’ het brandalarm af. Williams kijkt om zich heen en ziet geen reden tot paniek, met zijn gitaar echoot hij het geluid van het alarm. Na afloop vraagt hij met een brede grijns: “I know it’s hot and all, but is someone actually burning up, like, literally?”

Op ‘Party Boy’ ontpopt de Nieuw-Zeelander zich als een ware showman. Als een Elvis-immitator danst hij over het podium, trilt met zijn been en zoekt regelmatig contact met het publiek.

Het laatste album Make Way For Love is doordrongen van de ontkoppeling tussen Williams en lief Aldous Harding. Het duet ‘Nobody Gets What They Want Anymore’, dat Williams met haar opnam vormt het slotakkoord van vanavond. Na de nodige gastoptredens van voorprogramma Delaney Davidson grapt Williams dat Harding er niet is vanavond “funnily enough” en zet het nummer in samen met zijn bassist.

De kracht van Williams zit hem in het eenvoudig schakelen tussen stromingen. Het is al eerder gezegd, van het croonen tot alt-country, van Barry Gibb tot Screamin’ Jay Hawkins, de muzikant mixt en matcht en maakt het zich eigen. Tel hier de nodige portie talent bij op en je hebt een superster in de dop. Althans, dat hopen we, voor hem. Wij blijven Marlon Williams het liefst in heel kleine zalen zien.


Je kunt geen reactie achterlaten.