Down The Rabbit Hole 2018: dag 2

Yungblud

Muyayo Rif

J. Bernardt miste zijn vlucht en daarmee het optreden op Down The Rabbit Hole. Overmacht, dus net na de opening van het terrein staat hij al op scherp tijdens de herkansing. En warempel, het is een spetterend ochtendoptreden. Bouwde zijn show vorig jaar nog sterk op een tweetal gouden liedjes (‘Wicked Streets’ en ‘The Other Man’), nu is het tot een coherent sologeheel geëvalueerd. Daarnaast doet Jinte niet meer zijn best om een goede showman te zijn. Hij is het. Hij krijgt gelijk met zijn solocarrière, net als Warhaus. Wat zal dat Balthazar gaan brengen, als de twee doorontwikkelde ego’s elkaar weer vinden?

First Aid Kit

James Holden houdt van leren. De Brit stopte als dj toen hij de top bereikt had en werd muzikant. Hij ging improviserend samenspelen. Achter de modulaire synthesizer vond hij zichzelf opnieuw uit, inmiddels is hij bandleider van een uniek collectief. Ze heten The Animal Spirits, een soort jazzband die munitie haalt uit krautrock en elektronica. Dansbaar is het al jaren niet meer, hoewel de contouren van trance hoorbaar blijven. Holden houdt de boel bijeen vanachter zijn synthesizer, terwijl de band – die qua muzikanten weer sterk verschilt met de Paradiso-show in april freakt er nerveus fantasievol op los. De plaat werd in één take opgenomen. Die hoge mate van risico houdt Holden fris. Zo kan elk moment in de set een uniek moment worden.

Sampha

Zal het voor Sampha, na overstemde festivalsets op Catch en Lowlands, driemaal scheepsrecht worden? Nou, ja, maar het wordt geen glorieuze overwinning. Net als bij James Blake, waar deze intelligente show best wat van weg heeft, moeten de omstandigheden goed zijn. De liedjes van Sampha zijn zo openlijk kwetsbaar dat er enige vorm van intimiteit vereist is. Dat biedt de Hothot niet, al is er weinig publiek, waardoor Sampha wat minder bewijsdrang lijkt te hebben. Met slechts een album kan hij een uur vol mooie liedjes vullen. In het tweede halfuur wordt het vooral fraai. ‘Without’, met de hele band op percussie is een hoogtepunt. ‘Happens’ en ‘Like The Piano’ klinken met wat subtiele veranderingen alsof je ze weer voor het eerst hoort. Op deze momenten evenaart Sampha niet alleen zijn studiowerk, hij overtreft het ook. Dat is nieuw.

IDLES

De omstandigheden bij Fever Ray zijn ook niet optimaal. Het is zeker drie uur te vroeg voor de strak geregisseerde popshow van Karin Dreijer. Het politiek geladen concert past qua leuke lelijkheid meer bij het holst van de nacht. Net als met The Knife, waar Dreijer de helft van is, steekt Fever Ray de draak met verwachtingen. Ze behandelen popmuziek zoals het dadaïsme de kunst behandelde. De wat lugubere freakshow, waarin feminien en masculien absurdistisch worden uitvergroot, zorgt voor veel gechoqueerde gezichten. Natuurlijk verdeelt Dreijer daarmee. De helft trekt het niet, de andere helft danst uitzinnig op de plastische electropop. Deze uitgesproken show werkt.

Dat David Byrne intelligent is wisten we al. Dat hij heel wat geniale liedjes heeft geschreven ook. Maar dat hij een vol veld van drie generaties aan het hossen krijgt? Dat had op basis van zijn matige American Utopia niemand verwacht. Byrne is 66, maar heeft een indrukwekkende frisheid rondom zich hangen. Hij is jeugdig enthousiast, maakt grapjes, komt gepassioneerd over en is ook waanzinnig goed bij stem. En er zijn vooral veel Talking Heads-liedjes. Ongelofelijk maar waar: ze klinken the same as it ever was. Natuurlijk zijn ‘Once In A Lifetime’, ‘This Must Be The Place’ en ‘Burning Down The House’ een feest der herkenning, maar ook minder logische keuzes als ‘The Great Curve’ en ‘Blind’ zorgen voor een euforiebom. Dan de show. Inderdaad de beste sinds het revolutionaire Stop Making Sense. Byrne begint solo, maar vanuit de coulissen komen steeds groepjes muzikanten het podium op. Geen draden, geen versterkers; iedereen is vrij om te bewegen. En daar neemt de voltallige band het van, met een wonderlijke choreografie die zijn gelijke niet kent. Byrne doet vrolijk mee en verdwijnt steeds in het geheel, terwijl muzikanten bijzondere patronen om hem heen maken. Het concept is in harmonie met het concert. Ook sympathiek dat hij Janelle Monáe prijst met een cover van ‘Hell You Talmbout’ als afsluiter. Monáe, die zou hier volgend jaar ook goed uit de verf kunnen komen. Leukste concert van het jaar so far.

Sfeer

Legendarisch zijn de verhalen die rondzingen over Oh Sees, voorheen Thee Oh Sees, waarvan akte. Al voor het garagekanon uit San Fransico één noot gespeeld heeft staat het publiek uitzinnig te moshen. Wat volgt zijn tien minuten die de tent in tweeën splijt en de set van QOTSA gister opeens wat burgerlijk maakt. John Dwyer, enige lijm in de continu wisselende bezetting, ontpopt zich once again tot een maniakale cultgod die zichzelf compleet verliest in de liedjes. Hij draagt de band, maar de synchroon meppende drummers zetten de sound nét wat dikker aan. Na de destructieve start is alles wat er te winnen viel gewonnen. Hoe is het mogelijk.

Na deze ultieme zomerdag komt de feel-good hiphopfunk van Anderson .Paak als een geschenk uit de hemel. Paak is een multitalent, zoals een Justin Timberlake en Beyoncé dat ook zijn. Hij rapt en drumt tegelijk, danst smooth, zingt prachtig en is met zijn gouden pen daadwerkelijk van alle markten thuis. Daarbij heeft hij een leuke, jonge fanschare dankzij zijn fantastische doorbraakalbum Malibu. Dat is meteen wat hem een beetje nekt, Malibu is een droomstart, maar te weinig om als headliner 1,5 uur vol te spelen. Dat is echt wat te hoog gegrepen, de setlist wordt uitgesmeerd wat de vaart er uit haalt. Daarnaast gun je hem een betere band. Het zal vast een fijne vriendengroep zijn, maar ze spelen erg slordig. De potentie en de wil heeft Paak absoluut. Het talent ook. Zijn tijd komt nog wel.


Tekst: Daan Krahmer
Fotografie: Matthijs Mekking