Spinvis @ Slottuintheater, Zeist

Na Tim Knol en Blaudzun is het de beurt aan Spinvis om een openluchtconcert, georganiseerd door De Peppel en TivoliVredenburg, te geven in de prachtige tuin van Slot Zeist. Gelukkig zijn de weergoden de bezoekers van de uitverkochte show gunstiger gezind dan een dag eerder en blijft het de hele avond droog.

Dotlights krijgt de eer om het publiek op te warmen. Zonder plichtplegingen betreedt Casper Rossing het podium en na het stemmen van de gitaar begint hij aan zijn set. Over een basis van voorgeprogrammeerde drums rolt hij gitaarloops uit die hij vervolgens met behulp van een rits aan elektronische apparatuur door de mangel haalt. Het resultaat zijn verdwaalde beats en dromerige gitaarklanken, niet zo ver verwijderd van het debuut van The xx.

Veel artiesten in dit genre zouden in de krappe driekwartier speeltijd slechts één of twee nummers brengen, maar Dotlights presenteert er een stuk of zeven. Hierdoor krijgen niet alle composities de behandeling die ze verdienen. Zo lijkt halverwege de set een postrock-achtig stuk naar een climax toe te werken, maar voor het zover is laat Rossing de muziek al wegsterven. Bovendien moeten de sfeerstukken voortdurend concurreren met het geroezemoes van het binnenstromende publiek. Niettemin levert Dotlights een mooi visitekaartje af en oogst hij gaandeweg zijn optreden steeds meer applaus.

Erik de Jong, alias Spinvis, en zijn vijf bandleden openen met ‘Oostende’ eveneens ingetogen. Meteen valt op dat De Jong wat schor klinkt, maar dat is voor zijn kenmerkende praatzang geen groot probleem. Daarbij komt dat hij zoals gebruikelijk vocale ondersteuning krijgt van celliste Saartje van Camp. Haar prachtige hoge zang en présence vullen hem zo goed aan, dat je je kunt afvragen of Spinvis nog wel een soloproject is.

Ook de overige muzikanten, die geregeld van instrument wisselen, zijn een belangrijke schakel in het optreden. Het knip-en-plakwerk waar Spinvis om bekend staat is in geen velden of wegen te bekennen. In plaats daarvan krijgen de toeschouwers uitgekiende arrangementen voorgeschoteld. Tijdens ‘Een Kindje Van God’ zorgt Merel Junge met haar eufonium (een soort tuba) voor een schurende ritmetrack, wat voor een bezwerende Tom Waits-vibe zorgt. En de euforie van ‘Kom Terug’ zet ze met haar viool nog net iets vetter aan.

 

Voor ‘Dag 1’ gaat de band gewapend met ritmeboxen op een rij staan terwijl De Jong zich uitleeft op een melodica, onderwijl nog een passage uit ‘Voor Ik Vergeet’ inbouwend. Ook weet hij te melden dat alles goed gaat met Ronnie, dat hij zoals gewoonlijk op de gastenlijst staat en dat hij zoals gewoonlijk niet is komen opdagen, waarna de band ‘Ronnie Knipt Zijn Haar’ inzet.

Een verzoek uit het publiek om ‘Ik Wil Alleen Maar Zwemmen’ te spelen, leidt tot een ogenschijnlijk uit de losse pols gespeelde versie, waarbij De Jong knipoogt naar Lou Reed en een zingende zaagsolo te horen is. Andere liedjes houdt de band bewust klein, zoals de getokkelde folkballade ‘Alles Is’ en het met xylofoon versierde ‘Tienduizend Zwaluwen’, wat goed samengaat me de invallende duisternis. Met ‘Astronaut’ komt een einde aan de show en stuurt Spinvis het publiek naar huis: ‘goeie reis en hou je haaks en kijk goed uit’.