Into The Great Wide Open 2018: dag 2

Terwijl het warmer en warmer op Vlie wordt, starten we de tweede dag bij Emiliana Torrini, die, met megahit ‘Jungle Drum’ op zak best een eendagsvlieg genoemd kan worden. Misschien is dat ook de reden dat ze besloten heeft om nu met The Colorist Orchestra te touren. Hoe dan ook, het moet gezegd dat haar liedjes nu wel wat meer om het lijf hebben. Er zit een stuk meer diepgang in, het orkest – een man of acht, met onder meer een marimba – maakt het allemaal wat steviger, maar ook wel een stuk minder eenvoudig te behappen. Die ene hit, die komt natuurlijk pas helemaal aan het einde, in een soort hoempapa-versie waar de honden geen brood van lusten. Nee, Emiliana Torrini moet nog maar een keer terug naar de tekentafel.

 

Met andere woorden: heel vlot door naar het Kerkplein voor Pitou, die twee jaar geleden aan een zegetocht begon, die voorlopig nog geen einde ziet. Gedraaid op BBC Radio 1, een optreden op The Great Escape, twee ep’s die insloegen als een bom. Kortom, de Amsterdamse gaat wel lekker. Ze is een beetje verlegen, maar op een hele fijne manier. “Aan het begin van je carrière vragen mensen: ‘Wat zijn je dromen?’ Ik kon nergens op komen, behalve op Into The Great Wide Open spelen.” Een luid (en verdiend) applaus komt haar tegemoet, tegelijkertijd het bewijs dat het niet lang meer kan duren voordat Pitou op een groter podium terugkomt. De vierkoppige band die ze mee heeft, is dynamisch en perfect ondersteunend, terwijl zij zelf met haar uithalen (op het recente ‘I Fall Asleep So Fast’, bijvoorbeeld) voortdurend het kippenvel op je armen zet. Imponerend, op z’n zachtst gezegd.

Terug naar het Sportveld voor hele andere koek, want Rico & Sticks zijn naar Vlieland afgereisd. Fakkelbrigade, Opgezwolle, (de beats van) Kubus, het repertoire is inmiddels wel bekend, maar gaat natuurlijk nooit vervelen. Toegegeven, het vorig jaar uitgebrachte IZM is misschien niet hun beste werk, maar zolang je het kan combineren met hits als ‘Gekke Gerrit’ en ‘Hoedenplank’, is er helemaal niets aan de hand. Daarnaast zijn de beats een stuk speelser, waardoor deze show beter werkt voor een festival dan de vlijmscherpe hiphop waar ze ook om bekend staan. Er komt nog een Great Minds-nummer voorbij in de vorm van ‘Doag’ (waarbij we Winne overigens wel een beetje missen), er zijn zwaaiende handen, er wordt volop gesprongen op het volle veld. Met andere woorden: het zoveelste bewijs dat Vlieland helemaal prima op hiphop gaat.

Het is een veelzijdige dag, want even later staan we op de Open Plek bij Yo La Tengo, die (naar het schijnt) eerder deze week nog een vrij bezwerende show in Nijmegen speelde, met heel veel herrie. Dat is op Vlieland niet veel anders: je moet er wel echt zin in hebben, want anders haak je snel af. Die regel geldt blijkbaar voor een boel festivalgangers, want de Amerikanen spelen het veld vrij vlot een stuk leger. Het zijn dan ook niet bepaald hapklare brokken die ze opdienen, en met de bijna twintig platen die ze inmiddels hebben uitgebracht, is het ook nogal een gevarieerde set. Veel reverb, veel herrie, veel gitaargeweld: het is allemaal behoorlijk intens (en goed ook), maar het lijkt hier allemaal niet zoveel te doen.

Gezien het vrijwel lege Sportveld had Vlieland zich behoorlijk ingesteld op The Vaccines, maar door een zieke drummer lieten de Britten het afweten. Een vervanger werd er vrijdagavond laat gevonden in de vorm van DeWolff, die eisten hun volledige instrumentatie mee te mogen nemen. Na een potje soebatten, mocht dat uiteindelijk ook – en dat is maar goed ook. De Limburgers zijn groot geworden, zowel qua uitstraling als muzikaal. Zanger Pablo van de Poel heeft een baardje gekweekt, is een stuk meer uit op interactie dan een paar jaar geleden en de band heeft inmiddels drie achtergrondzangeressen mee op tour, eveneens een welkome toevoeging. De keerzijde van deze ontwikkeling? Het is wel heel veel allemaal. Er zitten amper adempauzes in de hele set, waardoor de rek er op een gegeven moment wel uit is. Muzikaal is het overigens wel nog steeds weergaloos, met het Hammond-orgel van Robin Piso nog steeds als voornaamste fundament. Een waardige vervanger, dat wel.

We kunnen mooi op het Sportveld blijven, want even later is Oumou Sangaré aan de beurt. Into The Great Wide Open heeft er altijd een handje van gehad Afrikaanse muziek te boeken, maar dit is wat dat betreft misschien wel hun beste zet tot nu toe. Probeer namelijk maar eens stil te staan bij, we zeggen maar wat, ‘Fadjamou’, een ultra-dansbaar nummer dat gaat over hoe belangrijk je familie is. De Malinese zangeres heeft een negen(!)-koppige band mee, die retestrak speelt. Je krijgt niet eens de kans om stil te staan, al zou je het willen. We geven eerlijk toe: we kennen het repertoire van de Afrikaanse niet bepaald uit ons hoofd, maar, net als bij Róisín Murphy gisteren, maakt dat ook helemaal niet uit: ieder nummer is raak. Meer van dit de komende jaren, graag.

Op naar de Open Plek voor Agar Agar, dat op Lowlands nog heel nederig tegenover Dua Lipa geprogrammeerd stond, maar hier heel erg terecht een plekkie in het avondprogramma heeft gekregen. Zo rond een uurtje of tien is het perfecte tijdstip voor de Fransen. Ze ontmoetten elkaar ergens in een Parijse banlieue en zijn eigenlijk niet eens zo heel lang bezig. Toch staan er al minimaal drie hits op het repertoire, waarvan ‘I’m That Guy’ wel de grootste is. Verbazingwekkend genoeg spelen ze die al na een kwartier, op een ongelofelijk intense manier. De sensuele, zware zang van zangeres Clara Cappagli, gesteund door de stevige, stampende synths van Armand Butheel werken perfect samen. Niet eerder was het zó druk bij het podium in het bos en al die aandacht is dan ook zwaar verdiend. Het laatste kwart draaien de Fransen de gashendel nog even flink open en verwordt de show spontaan in een melodieus technofeest. We geven het twee jaar en dan is Agar Agar hier gewoon afsluiter.

Dat zijn ze nu nog niet, want die eer is voorbehouden aan Django Django. Een blik op het Spotify-lijstje bewijst dat ze ook best een eendagsvlieg genoemd mogen worden. Superhit ‘Default’: 20 miljoen plays. De rest: rond de 1 miljoen. Het spreekt dan ook wel voor zich dat dat nummer ergens achteraan in de set zit en – zeker vanaf het moment dat die geweldige gitaren erin komen – op de meeste herkenning kan rekenen, maar het is niet alsof de Schotten verder niks moois voor Vlieland in petto hebben. Sterker nog: op het eerder dit jaar gereleasede Marble Skies staat zeker een handvol goede nummers, zoals bijvoorbeeld de titeltrack, dat een behoorlijke oorwurm is. Voor de onbekende is het misschien een merkwaardige afsluiter, maar na een kwartier weet je eigenlijk wel beter. Het is lekker gejaagd, het is muzikaal gezien vrij foutloos en er kan op gedanst worden. Deze spot op het affiche is niet meer dan verdiend.