Mulatu Astatke @ Paradiso, Amsterdam

Dat Mulatu Astatke een legendarische status geniet is direct al merkbaar aan de lange wachtrij voor Paradiso. Ook binnen is het flink dringen geblazen op de zaalvloer, want de opzwepende muziek van Ethiopische jazzmuzikant beleef je natuurlijk het liefst staand.

Nadat hij door zijn muzikanten is aangekondigd, betreedt de 74-jarige bandleider, gekleed in een lang wit hemd, het podium. Zonder poespas trekt het achtkoppige gezelschap van leer met een opzwepende compositie. Helaas drukt het dreunende geluid van bassist John Edwards de overige muzikanten weg, die zich nochtans flink uitleven op hun instrumenten.

Maar dan is daar ‘Yèkèrmo Sèw’, Astatkes bekendste nummer, beroemd geworden dankzij de soundtrack van de film Broken Flowers (Jim Jarmusch, 2005). Plots valt alles op zijn plek. De bassist blijkt ook jazzy tonen in de vingers te hebben en de muziek ademt meer, waardoor Astatkes vibrafoon, bespeeld met drie stokken tegelijk, de ruimte krijgt. Terwijl de saxofonist en trompettist in koor het bezwerende thema spelen, legt de ritmesectie een fijne funkachtige groove neer en rekt de band het nummer op tot over de tienminutengrens.

Vanaf dan is er geen houden meer aan en eet het publiek uit de hand van Astatke, die behalve vibrafoon ook nog een Wurlitzer piano en een rij congas en timbales heeft staan. Deze instrumentele variatie kenmerkt de show, die van funk en afrobeat tot latin en neoklassiek gaat. Op een zeker moment improviseert bassist Edwards met een strijkstok, terwijl cellist Danny Keane zijn instrument te lijf gaat alsof hij thrash metal speelt.

Ook de andere muzikanten pakken hun moment. De blazers schitteren in zowel de mystieke Arabisch getinte klanken als tijdens de swingende stukken. Tegen het einde van de set introduceert Astatke een stuk waarin Oost-Afrika West-Afrika ontmoet. Hier speelt de percussionist Richard Olatunde Baker stuwende Nigeriaanse polyritmes tegen de compositie van Astatke in, onderwijl rauwe kreten slakend.

Na een staande ovatie komt de band nog één keer terug voor de rustige ballad ‘Mulatu’, die ‘de vader van de ethio-jazz’ schreef voor zijn zoon en gezeten achter een grote vleugel ten gehore brengt.