The Vaccines @ Melkweg, Amsterdam

Was er een prijs voor Beste Opkomst van het Jaar geweest, dan zou-ie na vanavond naar The Vaccines gaan. Zo, hebben ze die alvast binnen. Eerst een stukje aardig dramatisch klassiek werk van Bach, om vervolgens op ABBA’s ‘Dancing Queen’ het podium op te komen. Nee, aan humor ontbreekt het de Britten niet. Aan goede platen (tegenwoordig) dan weer wel.

Laten we er maar gelijk eerlijk over zijn: ook het nieuwste album, Combat Sports, komt niet eens in de buurt van die weergaloze, idioot gejaagde debuutplaat van het vijftal uit Londen. Aan de andere kant staan er met ‘Nightclub’, ‘I Can’t Quit’ en ‘Put It On A T-Shirt’ in elk geval al meer goede meezingers op dan op het vorige werk. Op zich genoeg materiaal om een zaaltje als de Melkweg ruim van tevoren stijf uit te verkopen, zou je zeggen. Dat is dus niet zo, waardoor er zelfs op de avond zelf nog kaarten bij de kassa beschikbaar zijn. Uiteindelijk staat de snikhete The Max wel stampvol.

En ondanks het gebrek aan al te goed materiaal, verdienen ze dat wel. The Vaccines mag live misschien nog steeds niet bepaald een hoogvlieger zijn, de energie die (vooral) van zanger Justin Hayward-Young afdruipt, werkt iedere keer weer uiterst aanstekelijk. Hij wéét ook dat-ie het niet van zijn zangkunsten moet hebben, iets dat bij driekwart van de nummers op de setlist pijnlijk duidelijk wordt. Hij doet ook niet z’n best om het te verbloemen, integendeel. Hayward-Young is in zijn bordeauxrode, in zijn broek gestopte bowlinghemd als die ongemakkelijke oom op een trouwerij, die heel onnatuurlijk op de dansvloer staat en dankzij die fratsen alle ogen op zich gericht weet. Z’n moves hebben soms wel wat weg van Future Islands’ Samuel T. Herring, maar dan minder eh, cool.

Goed, terug naar de muziek. De enige reden dat The Vaccines muzikaal gezien niet volledig door de ondergrens zakt, is te danken aan de vrij redelijke muzikanten die op het podium staan en het moordende tempo dat ze erop nahouden. In zo’n vijf kwartier jakkert het vijftal – schijnbaar onvermoeibaar – er zo’n twintig nummers doorheen, waarvan twee nieuwe. (Met andere woorden: een vijfde plaat is vermoedelijk ook al in de maak.) De snelheid waarmee ze spelen maakt zo’n set overigens ook een stuk beter uit te houden. Niet omdat je er daardoor snel van af bent, maar omdat het – met minder materiaal – makkelijker is je aandacht erbij te houden als ze van de hak op de tak springen. Geen overbodige outro’s of obligate praatjes, nee, gewoon lekker raggen. Zoals het hoort.