Better Oblivion Community Center @ Paradiso, Amsterdam

Het is nu moeilijk voor te stellen, maar er was een tijd dat er nog vrijwel niemand gehoord had van Phoebe Bridgers. Dat is inmiddels wel anders, voornamelijk dankzij haar fenomenale debuut Stranger in the Alps. Maar een jaar of drie geleden deed haar naam slechts bij een enkeling een lampje branden. Conor Oberst, zanger van het ter ziele gegane Bright Eyes, organiseerde een avondje vol optredens. Bridgers – groot fan van Oberst overigens – stond daar ook en de twee raakten aan de praat. Oberst zong mee op haar debuutplaat en voor ze het wisten was het idee voor Better Oblivion Community Center geboren. Een supergroep, heet dat dan. Of beter gezegd: een superduo. 

Het is altijd maar de vraag hoe zoiets dan uitpakt. Maar wie de eerder dit jaar verschenen titelloze plaat luistert, hoort al het al snel: dit is goed. Meer dan goed. Des te prettiger was de verrassing  toen er plots een wereldwijde tournee van de twee aangekondigd werd. Die brengt ze onder meer langs een goed gevulde Paradiso. En als vanavond iets bewijst, dan is het wel wat voor een fantastische (muzikale) klik deze twee hebben.

Dat kon je al een beetje bevroeden: er kwamen dit jaar tenslotte weinig albums uit die beter geschreven liedjes bevatten dan die van Bridgers en Oberst. Live komt dat nog beter uit de verf. Zo horen we Oberst plots het eerste couplet van Bridgers’ eigen ‘Scott Street’ zingen en mondt haar dromerige ‘Funeral’ uit in een punknummer met (wederom) Oberst in de hoofdrol. Afgezien van het ijzersterke eigen werk, is dát wat het zo leuk maakt. De muzikale diversiteit die als een rode draad door het optreden loopt. Daardoor klinken nummers soms totaal niet zoals je ze verwacht. Dat verrassingselement komt ook naar voren in een cover van The Replacements’ ‘Can’t Hardly Wait’, een band die volgens Bridgers een flinke inspiratiebron vormde voor BOCC.

Natuurlijk is er ook (een beetje) ruimte voor Bright Eyes-werk, in de vorm van ‘Easy/Lucky/Free’ (goh), ‘Lime Tree’ en ‘Lua’. Zo komen de fans van Oberst – en dat zijn er zo te merken best een boel – ook aan hun trekken. Toch zijn het de nieuwe nummers die er bovenuit stijgen, en dan vooral het driedubbele salvo in het begin, wanneer je na ‘Didn’t Know What I Was In For’, ‘Dylan Thomas’ en ‘Big Black Heart’ heel even bang bent dat de twee hun kruid al erg vroeg in de show verschoten hebben. Niets is echter minder waar. Prachtig is bijvoorbeeld ook ‘Chesapeake’ en setafsluiter ‘My City’, waarin Bridgers het vocaal werkelijk vanuit haar tenen laat komen, terwijl ze samen met Oberst onverminderd hard op haar gitaar staat te rammen.

Zo kunnen we nog alinea’s lang doorgaan over de muzikale schoonheid van dit duo, over hoe belachelijk goed de twee stemmen bij elkaar passen en over de energie die er tussen de twee is, maar laten we afsluiten met het volgende: Better Oblivion Community Center is de verrijking waarvan de indiewereld niet wist dat ze het nodig had.

Tekst: Juliën L’Ortye
Fotografie: Leonie Poot