Methyl Ethel @ Paradiso, Amsterdam

Het is een groot raadsel hoe het zo lang heeft kunnen duren dat Methyl Ethel – nu pas! – in een uitverkochte bovenzaal van Paradiso staat. De Australische (art)rockers timmeren al ruim vijf jaar aan de weg, zijn – met drie albums in vijf jaar – akelig productief en leveren bovendien behoorlijke kwaliteit.

Toch lijkt het nu pas eindelijk ‘raak’, met het in februari verschenen Triage. Hierop vinden we onder meer het enorm catchy ‘Scream Whole’, maar ook potentiële hitjes als ‘Ruiner’ en ‘What About The 37°’. De androgyne zanger Jake Webb, die in het verleden wel eens heeft aangegeven niet te weten of hij zich als man of vrouw zou willen identificeren (en met zijn indrukwekkende kopstem sowieso al velen op het verkeerde been weet te zetten (óók live), schrijft alle liedjes zelf. Hij lijkt op Triage dan ook een soort pop-inspiratie te hebben gevonden, die hij perfect in de originele, kunstige indierocknummers weet te verwerken.

Live klinkt die originaliteit én muzikaliteit alleen nog maar meer door, te meer omdat Webb zich heeft omringd met een aantal bandleden die enorm goed zijn in wat ze doen. Ieder nummer wordt net wat vetter en vuiger ingezet en bevat daardoor net dat beetje extra diepgang dat ervoor zorgt dat ze het niveau van de (toch al zo goede) plaat ontstegen wordt. Daardoor vallen we een uur lang van de ene positieve verrassing in de andere.

Aanvankelijk lijkt het vijftal nog wat stroefjes te beginnen, wellicht overvallen door de ramvolle (en verzengend hete) zaal die ze voor hun neus treffen, maar zodra Webb en consorten eenmaal op stoom zijn, is er geen houden meer aan. Zeker de tweede helft van de set is imposant, als ‘What About The 37°’, ‘Post-Blue’, ‘Ruiner’ én ‘Scream Whole’ elkaar in rap tempo opvolgen én vervolgens worden afgetopt door het oudere ‘Ubu’ en ‘Drink Wine’, waarop invloeden als Animal Collective overigens niet ver weg zijn.

Als er iets vanavond duidelijk wordt, dan is het wel dat Methyl Ethel een band is die echt gemaakt is voor dit soort zaaltjes, veel meer dan voor festivaltenten- en weides, waar de muziek na de eerste twintig rijen toch een beetje doodslaat. Nee, laat ze maar lekker in dit soort broeierige plekken spelen, waar ze mooi kunnen triomferen.