Into The Great Wide Open 2019: dag 1

Het mooiste weekend van het jaar is weer aangebroken: Into The Great Wide Open staat op de planning. Net als voorgaande jaren stelt de line-up niet teleur, en ook de weergoden zijn ons deze keer (wederom) gunstig gezind. Met drie elektronische headliners in de vorm van Hot Chip, Jungle en Parcels is het iedere avond gegarandeerd dansen, maar ook daar tussenin zitten weer genoeg acts die typisch zijn die voor de manier waarop er op Vlie geboekt wordt: toppers van vaderlandse bodem zoals Eefje de Visser, maar evengoed wereldmuziek à la BCUC. Er ligt weer veel fraais in het verschiet.

We trappen de dag af bij die laatste, waarbij de letters staan voor Banta Continua Uhuru Conciousnuess (BCUC). Hoe, zeg je? Laten we het houden op psychedelische afrobeat van Zuid-Afrikaanse bodem, uit Soweto om precies te zijn. Naar eigen zeggen halen ze hun inspiratie uit ‘native’ en non-mainstream muziek, en dat is goed te horen. Ze doen precies waar ze zin in hebben – niet voor niks is hun meest bekende nummer zo’n twintig minuten lang. Niets bijzonders voor dit genre zou je zeggen, maar BCUC verwerkt ook veel traditionele zang erin. Niet te volgen voor de gemiddelde luisteraar natuurlijk, maar live zorgt het er wel voor dat er nóg meer ritme en dansbaarheid in zit. Die paar Engelse woorden tussendoor schreeuwt het publiek hartstochtelijk mee, er wordt gesprongen en gedanst, in navolging van de energieke Afrikanen op het podium. Een typische opening van wat een typisch (goede) eerste Into The Great Wide Open-dag wordt.

Dit jaar is er wat ruimer gepland, zo lijkt het, waardoor je niet hollend van podium naar podium hoeft, maar lekker op je gemakje door de Vliese bossen kunt lopen. Dat doen we dan ook, want bij de IJsbaan staat Angelo De Augustine op ons te wachten. De Californische singer-songwriter brak eerder dit jaar door met zijn prachtige plaat Tomb, die – zeker qua zang – veel doet denken aan bijvoorbeeld Benjamin Francis Leftwich. De Augustine houdt het echter nóg verstilder, en laat dat nou net zijn manco zijn hier op Vlieland. Zijn zangstem zit zo hoog dat hij er, qua variatie, eigenlijk geen kant mee op kan, en waar zijn nummers op plaat fraai gearrangeerd zijn en wat breder uitwaaieren, begeleidt hij zich hier enkel met een akoestische gitaar, waardoor het geheel veel minder uit de verf komt. Het is pas na een halfuur, wanneer hij (eindelijk) ‘Time’ inzet en meefluit, dat je merkt dat er veel meer in zit. Hij besluit het optreden vervolgens echter zonder wat te zeggen – een anticlimax.

Hoe anders is dat bij de gelauwerde Daniel Norgren, even later op het Sportveld. Zijn hoogtepunt, toen-ie naam maakte met de plaat Buck, uit 2013, ligt al een flinke tijd achter hem, maar dat doet niks af aan de steengoede liveset die hij, met al die jaren ervaring op zak, hier neerzet. We zien een contrabas, een piano (waarachter hij zelf regelmatig plaatsneemt, met een fraai resultaat tot gevolg), een drummer, stuk voor stuk uitstekende muzikanten. Hoogtepunt in de brandende zon is – natuurlijk, zou je haast zeggen – ‘Moonshine Got Me’, Norgrens grootste hit, die ook live een perfecte opbouw kent. Het Sportveld staat vol, wiegt met gesloten ogen de heupen, valt elkaar hier en daar in de armen: zelfs op vrijdag is de liefde al overal. Schot in de roos.

Tijd voor hele andere koek, want bij de Open Plek staat RIMON op de planken. De neo-soulzangeres uit Amsterdam Oost heeft het inmiddels al heel ver geschopt, de muziekblogs – waaronder Pitchfork(!) – zijn laaiend enthousiast over haar, en ze heeft zelfs al een voet aan wal weten te zetten in Amerika. Des te bijzonderder dat ze hier staat dus, en ze maakt het ontzettend waar. Als een ware ster komt ze op het podium nadat haar vier bandleden – allen donker, een mooi, ongetwijfeld bewust detail – haar muzikaal introduceren, en een uur later loopt ze op precies dezelfde wijze weer er vanaf. Alle interactie gaat in het Engels, dát is even wennen, maar aan de andere kant vergeef je het haar automatisch. RIMON is namelijk niet alleen steengoed (die stem!), maar ook nog eens onwijs sympathiek en likeable. De hele show is eigenlijk een groot hoogtepunt, mede dankzij de drummer in zijn fantastische Patta-shirt en die geweldige gitarist, maar als we er dan iets uit moeten pikken, dan is het toch ‘Dust’, geproduceerd door haar vaste producer, Samuel Kareem, die ze leerde kennen nadat ze kapte met studeren. Een uitstekende keuze, we kunnen niks anders zeggen, getuige deze hele goede show. RIMON legt de lat hoog.

We banjeren door de zandpaden terug richting de Bolder, waar een doodnerveuze S10 haar opwachting maakt. Een vrouw – ja, Stien den Hollander is inmiddels 18 jaar – met een verhaal waar je u tegen zegt. Depressief en overspannen op de middelbare school, urenlang in een isolatiecel omdat ze een zelfmoordpoging deed, kortom, de jeugd van S10 was niet bepaald makkelijk. Maar, zoals dat zo vaak gaat, levert dat wel hele goede muziek op. Ze is een protegé van Jiggy Djé en niet voor niks getekend op zijn label Noah’s Ark, en blijkt ook live, in tegenstelling tot veel van haar genregenoten, vlijmscherp te zijn. Ja, af en toe loopt er een bandje mee op de achtergrond, maar dat is hooguit voor wat stemeffecten. S10 zingt net zo makkelijk als dat ze rapt, haar beats zijn niet per se origineel, maar wel heel goed, en het duistere, unheimische sfeertje dat ze op plaat weet neer te zetten, blijft live ook verrassend goed overeind. In het najaar komt haar debuutplaat uit, en na ‘Diamonds’ en ‘Chimi’ vanmiddag live gehoord te hebben, zijn we meer dan benieuwd.

Je vraagt je af waar Daughter’s Elena Tonra de tijd vandaan heeft gehaald voor haar soloproject Ex:Re, want de band bracht zowel in 2016 als 2017 een plaat uit en stond dat laatste jaar óók op Vlieland. Tonra’s bloed kroop echter waar het niet gaan kon, want na een stukgelopen relatie besloot ze toch ook maar iets voor zichzelf uit te brengen. Het resultaat is een titelloze debuutplaat, die door haar herkenbare stem haast een plaat van Daughter had kunnen zijn, ware het niet dat de elektronica hier ontbreekt, en het meer de ritmesectie is die de nummers bepaalt. Het is niet voor niks dat zij, nog steeds schuchter als ze is, niet het middelpunt van de show is, maar haar drummer, die al gekke bekken trekkend de boel voortdurend op sleeptouw neemt. ‘Romance is dead and done’, zingt Tonra, met pijn in haar kapot getrapte hart, en dat voel je: als er iemand is die dit weekend met deprimerende teksten raak weet te schieten, is zij het wel.

Nadat ons hart ook de nodige scheurtjes heeft opgelopen, kunnen wel wat zalvende liedjes gebruiken. Komt goed uit, want op het Sportveld is het tijd voor Villagers. Je zou hem haast vergeten, die kleine Connor O’Brien, maar op de achtergrond brengt de Ierse indiezanger wel al jaren aan een stuk door goede platen hoor. Meest recente wapenfeit: The Art Of Pretending To Swim, een fraaie titel voor een minstens zo fraai album. Toch kleeft er iets vervelends aan hem vast, want stiekem wacht iedereen toch op die Ene Hit: in zijn geval ‘Nothing Arrives’, met die prachtige langgerekte uithalen en het verfijnde gitaarspel. Die speelt-ie ook, als afsluiter van een goede, gevarieerde set, want nu O’Brien al ruim tien jaar meedraait, heeft-ie een flinke vijver aan sterke liedjes om uit te vissen. Dat maakt het een hele uitgebalanceerde set, en bijzonder aangenaam om mee te mogen maken. Villagers verdient meer erkenning dan dat het krijgt.

Wie daar geen last van heeft is Hot Chip, dat even later het stokje overneemt op het Sportveld. En, warmgedraaid door DJ St. Paul, is het veld er helemaal klaar voor, zo te merken. De Britten zelf ook, overigens, zo is al snel te merken. Ze jassen het populairste werk uit hun repertoire (denk nieuwkomer ‘Hungry Child’ en oudjes als ‘Over And Over’ en natúúrlijk ‘Ready For The Floor’) er in een moordend tempo doorheen, waarbij de ervaring er vanaf druipt. Joe Goddard en zijn kompanen kennen het klappen van de zweep inmiddels wel, en dus ook hoe ze het veld gek moeten krijgen. Muzikaal is het vrijwel foutloos, en zelfs wanneer ze compleet in overdrive staan, behouden ze nog de controle. Een perfecte set om de avond – in elk geval qua liveacts – mee af te sluiten.