Ásgeir @ Theater Rotterdam, Rotterdam

Begin deze maand bracht de IJslander Ásgeir Trausti Einarsson zowel het album Sátt, als zijn Engelse equivalent Bury The Moon uit. Dit wekt voorafgaand het concert in Theater Rotterdam de nieuwsgierigheid welke versies we te horen krijgen en welke sfeer dit met zich meebrengt.

Dat de sfeer vanavond bijzonder wordt, is vanavond het eerste moment duidelijk. Op het grote podium is een klein, driehoekig eiland van lichtbuizen gevormd, waarin Ásgeir met vier medemuzikanten staat opgesteld. Doordat de lichtslangen vanaf de grond omhoog schijnen en er een bijna constante mist over het podium hangt, ontstaan er blauwe muren van licht rondom de band in een verder aardedonkere zaal. Bij de start van het concert creëert dit nog een mysterieuze sfeer, dat bij uitstek past bij de nummers die de 27-jarige IJslander in zijn moedertaal brengt. Maar al snel geeft dit licht niet meer het gewenste effect: waar Ásgeir een constante spotlight op zich gericht heeft staan, staan de twee gitaristen, drummer en toetsenist in het donker te spelen. Hierdoor zie je hen niet daadwerkelijk spelen, maar moet je er maar vanuit gaan dat de bijna bewegingloze silhouetten rondom Ásgeir de muziek maken die hard, maar geluidstechnisch niet op z’n best, uit de speakers knallen.

Het statische geheel van de start van het concert verandert al snel, maar helaas niet op de wijze waarop je het graag ziet. Naast de driehoek van licht blijkt het gehele concert te bestaan uit een lichtshow van Songfestival-achtige allure. De lichten gaan van blauw naar groen, oranje en rood, en vooral van langzame bewegingen naar steeds sneller wordende knipperlichten. Dit loopt zodanig uit de hand dat op een gegeven moment een nummer van begin tot eind wordt opgevoerd, terwijl stroboscopische lichtflitsen de zaal in worden gevuurd. Dit tot afgrijzen van het publiek dat recht voor het podium zit, dat niet langer richting het podium kan kijken zonder er hoofdpijn van te krijgen. Er ontstaat een mix van onbegrip en hilariteit, waardoor je nauwelijks nog in staat bent naar de muziek te luisteren.

Als het lukt om tussen het hevige lichtgeweld door nog wat van de muziek mee te pikken, moet je simpelweg concluderen dat ook dit tegenvalt. Waar Ásgeir met zijn debuutalbum nog een prachtig mysterieus en soms ook klein geluid wist neer te zetten, lukt dat op deze avond nergens. Uitzondering daarin is het nummer ‘On That Day’, dat hij solo opvoert. Verder is de show is een groot visueel spektakel, maar het visuele aspect dat je wenst te zien – een band met chemie, dat zijn muziek met passie opvoert – blijft voor de bezoekers onzichtbaar. Wellicht is het er wel, maar doordat de meeste bandleden voor het grootste gedeelte als schaduwbeelden op het podium staan, blijft dit in nevelen gehuld.

Een nummer als ‘Torrent’, waarbij het licht een iets minder prominente rol speelt, vormt een van de weinige uitzonderingen, tijdens een concert waarbij licht en geluid over het algemeen een totale mismatch blijken. Slechts één keer slaagt deze combinatie écht goed: het nummer ‘Rattled Snow’, waarbij Ásgeir het verst van zijn akoestische folkgeluid raakt en bijna verdwaalt in een techno-genre. Hij brengt deze plaat op weergaloze wijze en eindelijk is de lichtshow passend bij de muziek. Maar voor een concert van vijf kwartier is dat uiteraard veel en veel te weinig om te spreken van een geslaagde avond. Het concert is slechts een aanrader voor liefhebbers van lichtspektakel. Liefhebbers van Ásgeirs muziek kunnen beter thuis in alle rust nog eens een van zijn platen opzetten.